law - sale - elektricity

Artikel 276 van het AREI ligt op om de overhandiging van het origineel proces-verbaal van het onderzoek van de elektrische installatie te vermelden in de overeenkomst tot overdracht van eigendom.

Vroeger bestond deze verplichting niet. Ze is in werking getreden vanaf 1 juli 2008.

Sancties

De koper heeft de plicht aan het keuringsorganisme dat het negatief keuringsattest heeft afgeleverd zijn identiteit en de datum van de akte van verkoop schriftelijk mee te delen.

Indien het keuringsorganisme dit bericht niet ontvangt of geen aanvraag tot herkeuring krijgt zal dit organisme na verloop van een termijn van 18 maanden vaststellen dat er op het bewuste adres nog inbreuken op de reglementering ter zake open staan. Het zal dan de FOD Economie-Energie van dit feit inlichten (zie in dit verband artikel 274.02 van het AREI, ingevoerd bij KB van 3 december 2006, BS van 22.12.2006).

Na ontvangst van dit bericht zal de FOD Economie-Energie de bewoner van het pand aanschrijven met het verzoek haar binnen de 3 maanden een kopie van een keuringsverslag toe te zenden waaruit blijkt dat de elektrische installatie in orde is.

In dit schrijven wordt, wat de sancties betreft, verwezen naar artikel 8 van het KB van 10 maart 1981 (BS van 29 april 1981, zie ook onze website) dat stipuleert : "Art. 8. Overtredingen van de bepalingen van dit besluit of van het bijgevoegde algemeen reglement worden gestraft overeenkomstig de bepalingen van de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening."

Deze wet voorziet in art. 24 : "De overtredingen van deze wet en van de ter uitvoering daarvan genomen verordeningen worden gestraft met een gevangenisstraf van één tot acht dagen en met een geldboete van 25 tot 1.000 frank of met enkel één dezer straffen". Uiteraard moeten deze bedragen aangepast worden naar euro's. Uiteindelijk is het de parketmagistraat die het bedrag van de boete zal vastleggen nadat het dossier eventueel aan hem wordt overgemaakt.

Ook kan desnoods, in het kader van het toezicht op de huishoudelijke elektrische installaties, een ambtenaar van de FOD Economie-Energie ter plaatse gaan de nodige vaststellingen doen. De artikelen 6 en 7 van het voornoemd KB van 10 maart 1981 waarbij het Algemeen Reglement
op de Elektrische Installaties bindind wordt verklaard voor de huishoudelijke installaties en sommige lijnen van transport en verdeling van elektrische energie luiden immers als volgt :

Artikel 6. De behoorlijk gemandateerde ambtenaren en beambten van de directie "Elektrische Energie" van de Administratie voor Energie zijn belast met het toezicht op de toepassing van dit besluit en bijgevoegd algemeen reglement.

Artikel 7. Onverminderd de bevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie zijn de in artikel 6 vermelde ambtenaren en beambten bevoegd voor het vaststellen van de inbreuken op dit besluit en bijgevoegd algemeen reglement.

(bron:Luc NL/Michiels - Contact Center -FOD Economie)