1. Algemene regels

Artikel 46bis

De heffingsgrondslag ten aanzien van de verkopingen, zoals bepaald in de artikelen 45 en 46, wordt verminderd met 12.500 euro in geval van zuivere aankoop van de geheelheid volle eigendom van een tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed door een of meer natuurlijke personen om er hun hoofdverblijfplaats te vestigen.

Het voordeel van de vermindering van de heffingsgrondslag overeenkomstig dit artikel kan niet gecombineerd worden met het voordeel van de verrekening bedoeld in 4bis van deze afdeling of met het voordeel van de teruggave bedoeld in artikel 212bis.

Aan de vermindering van de heffingsgrondslag zijn de volgende voorwaarden verbonden :

1 geen van de verkrijgers mag op de datum van de overeenkomst tot koop voor de geheelheid volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed, dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd; indien de aankoop geschiedt door meerdere personen mogen zij bovendien op vermelde datum gezamenlijk niet voor de geheelheid volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd. Een perceel grond, stedenbouwkundig bestemd tot woningbouw wordt beschouwd als een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd;

2 in of onderaan op het document, dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft, moeten de verkrijgers :

a) uitdrukkelijk vermelden dat zij de toepassing van dit artikel vragen;

b) verklaren dat zij voldoen aan de voorwaarde vermeld in 1 van dit lid;

c) zich verbinden hun hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het aangekochte goed :

- indien het een woning betreft, binnen twee jaar na : - ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie wordt aangeboden; - ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft wordt aangeboden na het verstrijken van de daarvoor bepaalde termijn;

- indien het een bouwgrond betreft, binnen vijf jaar na dezelfde datum.

In geval de verklaring bedoeld in 2, b), van het derde lid onjuist wordt bevonden, zijn de verkrijgers ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten over het bedrag waarmee de heffingsgrondslag werd verminderd, en van een boete gelijk aan die aanvullende rechten.

Dezelfde aanvullende rechten en boete zijn ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers indien geen van hen de in 2 c) van het derde lid bedoelde verbintenis naleeft. Komen sommige verkrijgers die verbintenis niet na dan worden de aanvullende rechten en de boete, waartoe zij ondeelbaar gehouden zijn, bepaald naar verhouding van hun wettelijk aandeel in de aankoop. Evenwel is de boete niet verschuldigd indien de niet-naleving van de bedoelde verbintenis het gevolg is van overmacht.

 

2747.com / law / recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht

 

Veevuldige wijziging van de regeling

Art. 46bis : ingevoegd bij art. 6, D 01.02.2002 (B.S.28.02.2002) uitwerking met ingang van 01.01.2002; - Lid 1 : gewijzigd bij art. 64, D 05.07.2002 (B.S., 19.09.2002), met ingang van 01.07.2002. - Lid 3 : 1 vervangen bij art. 61, D 05.07.2002 (B.S., 19.09.2002), met ingang van 01.01.2002; 2, c) vervangen bij art. 66, D 05.07.2002 (B.S., 19.09.2002), met ingang van 01.07.2002; - vervangen bij art. 65, D 20.12.2002 (B.S., 31.12.2002), met ingang van 01.01.2003); - 2, c), vierde streepje, gewijzigd bij art. 16, D 24.12.2004 (B.S. 31.12.2004), met ingang van 01.01.2005.

 

2747.com / law / recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht