gezondheidstoestand partijen bij een koop-verkoop overeenkomst

Machtiging aan de voorlopige bewindvoerder

3. Bij gebreke van aanwijzingen in de in artikel 488bis, c), bedoelde beschikking, vertegenwoordigt de voorlopige bewindvoerder de beschermde persoon in alle rechtshandelingen en procedures als eiser en als verweerder.
Evenwel kan hij slechts krachtens een bijzondere machtiging van de vrederechter :
a) de beschermde persoon in rechte vertegenwoordigen als eiser bij de andere rechtsplegingen en handelingen dan die bedoeld in de artikelen 1150, 1180-1, 1187, tweede lid, en 1206, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek;
b) de roerende en onroerende goederen van de beschermde persoon vervreemden;
c) leningen aangaan en hypotheken toestaan;
d) berusten in een vordering betreffende onroerende rechten;
e) een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarden of deze verwerpen;
f) een schenking of een legaat aanvaarden;
g) een pachtovereenkomst of een handelshuurovereenkomst sluiten;
h) een dading aangaan.

G. Er wordt overgegaan tot de openbare verkoping van de onroerende goederen in aanwezigheid van de voorlopige bewindvoerder ten overstaan van de vrederechter van het kanton waar de goederen zich bevinden. De voorlopige bewindvoerder kan de vrederechter verzoeken om een machtiging tot verkoop uit de hand. Die machtiging wordt verleend als het belang van de beschermde persoon het vereist.
De machtiging van de vrederechter moet uitdrukkelijk vermelden waarom de verkoop uit de hand het belang dient van de beschermde persoon.
Deze verkoop moet plaatsvinden overeenkomstig het ontwerp van verkoopakte opgesteld door een notaris en aanvaard door de vrederechter.

I. Alle handelingen die door de beschermde persoon zijn verricht in strijd met de bepalingen van artikel 488bis, f), zijn nietig. Deze nietigheid kan uitsluitend door de beschermde persoon of de voorlopige bewindvoerder worden ingeroepen.
Het eerste lid is toepasselijk op de handelingen verricht na de indiening van het verzoekschrift tot aanstelling van een voorlopige bewindvoerder.
J. De vordering tot nietigverklaring op grond van het voorgaand artikel verjaart door verloop van vijf jaren.
Deze termijn loopt, tegen de beschermde persoon, vanaf het tijdstip waarop hij van de betwiste handeling kennis heeft gekregen, of vanaf de betekening die hem ervan is gedaan na afloop van de opdracht van de voorlopige bewindvoerder.
Hij loopt, tegen zijn erfgenamen, vanaf het tijdstip waarop zij kennis ervan hebben gekregen of vanaf de betekening die hun ervan is gedaan na het overlijden van hun rechtsvoorganger.
De verjaring die tegen deze laatste is beginnen lopen, loopt verder tegen de erfgenamen.
De beschermde persoon of zijn erfgenamen kunnen echter, ook na verloop van die termijn, vergoeding voor geleden schade vorderen van een medecontractant die te kwader trouw was.