Hoger bod
Belgisch Gerechtelijk Wetboek : Titel 4: Burgerlijke rechtspleging :Boek IV.  Bijzondere rechtsplegingen

Hoofdstuk XIII.  Hoger bod op vrijwillige vervreemding

.....
Art. 1331. Degene die een bod doet tot verhoging van de prijs, zelfs in geval van indeplaatsstelling van de vervolger, wordt koper verklaard, indien er zich geen andere bieder aanmeldt op de dag die voor de toewijzing is gesteld.

  Op het hoger bod zijn van toepassing de artikelen 1585, 1586, 1589, 1591, 1595 en 1599 alsook de artikelen 1600 tot 1606 betreffende het in gebreke blijven van de koper.

  De vormen, bij de artikelen 1323, 1328, 1329 en 1330 voorgeschreven, worden in acht genomen op straffe van nietigheid.

  De nietigheden moeten, op straffe van verval, worden voorgedragen op de volgende tijdstippen : die betreffende de verklaring van hoger bod; die betreffende de vormen van de tekoopstelling, ten minste acht dagen voor de toewijzing. Over de eerstgenoemde wordt recht gedaan bij het vonnis over de geldigheid van het hoger bod, en over de andere vóór de dag van de toewijzing, met voorrang boven alle andere zaken.

  Geen enkel vonnis of arrest bij verstek inzake hoger bod op vrijwillige vervreemding is vatbaar voor verzet. Alleen tegen de vonnissen over de nietigheden die vóór de geldigverklaring van het hoger bod bestonden, en tegen de vonnissen over de vordering tot indeplaatsstelling wegens heimelijke verstandhouding of bedrog staat hoger beroep open.

  Bij de toewijzing ten gevolge van een hoger bod op vrijwillige vervreemding kan geen ander hoger bod worden gedaan, behoudens evenwel de bepaling van artikel 1600 ingeval de koper in gebreke blijft. De koper kan geen lastgever aanwijzen dan op voorwaarde dat hij daarvan een verklaring aflegt voor de optredende notaris, of hem die betekent ten laatste op de eerste werkdag die volgt op de toewijzing.