Beslag op onroerend goed

Borgstelling bij hoger bod

Artikel 1592 vijfde lid Ger.W. voorziet in weigering van een bod door de notaris en de mogelijkheid van de notaris om te vragen van borg te stellen.

Wanneer de notaris van mening is dat hij een bod zou moeten weigeren, kan hij bij twijfel, eisen van diegene die het hoger bod doet, dat hij borg stelt. Wanneer deze borg de notaris gerust stelt, kan het hoger bod dan toch nog worden aangenomen.

Bedrog van de notaris
Het zou kunnen dat een notaris nadat hij tegen een lage prijs heeft toegewezen aan iemand die hij persoonlijk kent, vervolgens ongerechtvaardigd (want slecht gemotiveerd) ieder hoger bod weigert om zodoende de voorlopige toewijs onder opschortende voorwaarde van hoger bod definitief te maken.

Men moet dus zeer voorzichtig zijn wanneer men te maken krijgt met een uitvoerend beslag op zijn eigendom in onroerend goed. In vastgoed gaat het vaak om grote bedragen en niet iedereen (zelfs een notaris) is altijd even braaf. Sommige burgers wensen een koopje te doen, en de notaris heeft (op de rand van de wet) de mogelijkheid om daarbij te helpen.

De benadeelde zal de foutieve weigering van de notaris moeten bewijzen. Daarbij is het steeds van belang van een hoger bod te doen via een deurwaarder. Want als de deurwaarder bij de notaris langsgaat en de notaris het hoger bod weigert, zal de notaris zijn weigering moeten motiveren zodat de weigering van de notaris achteraf kan beoordeeld worden.