Bij verkoop van een onroerend goed |
Art. 433, WIB 92, verplicht de notaris om volgende personen te verwittigen aangaande de verkoop van een onroerend goed:
- de Ontvanger der belastingen van de gemeente waar de eigenaar of de vruchtgebruiker van het goed zijn woonplaats of zijn hoofdinrichting heeft;
- de Ontvanger der belastingen van de gemeente waar het onroerend goed is gelegen.
Bij verkoop van vastgoed moet men langs de notaris gaan. Deze zal de fiscus inlichten dat u de verkoopprijs gaat ontvangen. De fiscus kan de notaris laten weten dat u nog belastingen moet betalen die u weigert te betalen. Er zal dan moeten onderhandeld worden en eventueel zal de notaris de belastingen die u reeds verschuldigd bent (die ingekohierd zijn) aan de fiscus betalen.
De akte mag verleden worden vanaf het verstrijken van de 12de werkdag volgende op de verzending van het bericht door de notaris.
De akte moet verleden zijn binnen de 3 maanden na de verzending van het bericht door de notaris. Zoniet dient de notaris opnieuw een bericht te verzenden.
Bron: Wetboek van inkomstenbelasting
Afdeling IV. - Aansprakelijkheid en plichten van sommige ministeriële officieren,
openbare ambtenaren en andere personen.
Art. 433. De notarissen die gevorderd zijn om een akte op te maken die de vervreemding of
de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, van een schip of een vaartuig tot
voorwerp heeft, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling der belastingen en
bijbehoren die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, indien zij in de
hierna bepaalde voorwaarden er niet de ontvanger der belastingen in wiens ambtsgebied de
eigenaar of de vruchtgebruiker van het goed zijn woonplaats of zijn hoofdinrichting heeft
en daarenboven zo het om een onroerend goed gaat, de ontvanger der belastingen in wiens
ambtsgebied dat goed gelegen is van verwittigen.
Het bericht dient in duplo opgemaakt en bij ter post aangetekende brief verzonden te
worden. Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen
van de verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande beschouwd.
Art. 434. Indien het belang van de Schatkist zulks vereist, wordt door de ontvangers aan
de notaris, voor het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de verzending van het
in artikel 433 bedoelde bericht en bij een ter post aangetekende brief kennis gegeven van
het bedrag van de belastingen en bijbehoren die aanleiding kunnen geven tot inschrijving
van de wettelijke hypotheek van de Schatkist op de goederen welke het voorwerp van de akte
zijn.
Art. 435. Wanneer de in artikel 433 bedoelde akte verleden is, geldt de in artikel 434
bedoelde kennisgeving als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en
waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de
belastingschuldige.
Daarenboven, indien de aldus door beslag onder derden getroffen sommen en waarden minder
bedragen dan het totaal der sommen verschuldigd aan de ingeschreven schuldeisers en aan de
verzetdoende schuldeisers, hierin begrepen de ontvangers der directe belastingen, moet de
notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor het overschot, daarover bij
een ter post aangetekende brief deze ontvangers inlichten uiterlijk de eerste werkdag die
volgt op het verlijden van de akte.
Onverminderd de rechten van derden, kan de overschrijving of de inschrijving van de akte
niet tegen de Staat ingeroepen worden indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek
geschiedt binnen acht werkdagen nadat het in het vorig lid bedoelde bericht ter post is
neergelegd.
Zijn zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belastingen en
bijbehoren, welke in uitvoering van artikel 434 werden ter kennis gegeven, alle niet
ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na het verstrijken van de in het tweede
lid voorziene termijn wordt beslag gelegd of verzet aangetekend.
Art. 436. De inschrijvingen genomen na de in artikel 435, derde lid, bedoelde
termijn, of tot zekerheid van belastingen die niet overeenkomstig artikel 434 werden ter
kennis gegeven, kunnen niet worden ingeroepen tegen de hypothecaire schuldeisers, noch
tegen de verkrijger die handlichting ervan zal kunnen vorderen.
Art. 437. De aansprakelijkheid door de notaris opgelopen krachtens de artikelen 433 en 435
gaat, naar het geval, de waarde van het vervreemde goed of het bedrag van de hypothecaire
inschrijving, na aftrek van de sommen en waarden waarop in zijn handen beslag onder derden
werd gelegd, niet te boven.
Art. 438. De in de artikelen 433 en 435 bedoelde berichten en inlichtingen dienen
opgemaakt te worden overeenkomstig de door de Minister van Financiën bepaalde modellen.
Art. 439. De artikelen 433 tot 438 zijn van toepassing op elke persoon die bevoegd is om
de authenticiteit te verlenen aan de in artikel 433 bedoelde akten.
Art. 440. (Met het akkoord van de belastingschuldige zijn de banken onderworpen aan de wet
van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de
ondernemingen onderworpen aan het koninklijk besluit nr. 225 van 7 januari 1936 tot
reglementering van de hypothecaire leningen en tot inrichting van de controle op de
ondernemingen van hypothecaire leningen, zomede de hypotheekondernemingen onderworpen aan
de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet, gemachtigd het in artikel 433
bedoelde bericht toe te sturen en bekwaam om de in artikel 434 bedoelde kennisgeving te
ontvangen.)
De afgifte van een attest door die instellingen aan de notaris betreffende de verzending
van het bericht en het gevolg daaraan door de ontvangers gegeven, stelt de
aansprakelijkheid van die instellingen in de plaats van die van de notaris.
Art. 441. Geen akte die in het buitenland verleden is en de vervreemding of de
hypothecaire aanwending van een onroerend goed, een schip of een vaartuig tot voorwerp
heeft wordt in België tot overschrijving of inschrijving in de registers van een
hypotheekbewaarder toegelaten, indien zij niet vergezeld gaat van een attest van de
ontvanger der belastingen in wiens ambtsgebied het onroerend goed gelegen is en, in
voorkomend geval, van de ontvanger der belastingen in wiens ambtsgebied de betrokkene zijn
woonplaats of zijn hoofdinrichting heeft.
Dit attest moet ervan laten blijken dat de eigenaar of de vruchtgebruiker geen belastingen
schuldig is of dat de wettelijke hypotheek die de verschuldigde belastingen waarborgt,
ingeschreven werd.
Art. 442. Openbare ambtenaren of ministeriële officieren, belast met de openbare
verkoping van roerende goederen waarvan de waarde ten minste (250 EUR) bedraagt, zijn
persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingen en bijbehoren die de
eigenaar op het ogenblik van de verkoping schuldig is, indien zij niet ten minste acht
werkdagen vooraf, bij ter post aangetekende brief, de ontvanger der belastingen van de
woonplaats of van de hoofdinrichting van de eigenaar van die goederen ervan verwittigen.
Wanneer de verkoping heeft plaatsgehad, geldt de kennisgeving van het bedrag der
belastingen en bijbehoren door de bevoegde ontvanger der belastingen bij ter post
aangetekende brief, uiterlijk daags voor de verkoping gedaan, als beslag onder derden in
handen van de in vorig lid vermelde openbare ambtenaren of ministeriële officieren.
Art. 442bis. § 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 433 tot 440, is de
overdracht in eigendom of in vruchtgebruik, van een geheel van goederen, samengesteld uit
onder meer elementen die het behoud van de clientèle mogelijk maken, die voor de
uitoefening van een vrij beroep, ambt of post of een industrieel, handels- of
landbouwbedrijf worden aangewend, evenals de vestiging van een vruchtgebruik op dezelfde
goederen, niet tegenstelbaar aan de ontvangers van de belastingen dan na verloop van de
maand die volgt op die waarin een met het origineel eensluidend afschrift van de akte tot
overdracht of vestiging ter kennis is gebracht van de ontvanger van de woonplaats of van
de maatschappelijk zetel van de overdrager.
§ 2. De overnemer is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschulden
verschuldigd door de overdrager na verloop van de in § 1 vermelde termijn, tot beloop van
het bedrag dat reeds door hem is gestort of verstrekt, of van een bedrag dat overeenstemt
met de nominale waarde van de aandelen die in ruil voor de overdracht zijn toegekend
vóór de afloop van de voornoemde termijn.
§ 3. De §§ 1 en 2 zijn niet van toepassing indien de overdrager bij de akte van
overdracht een certificaat voegt dat uitsluitend met dit doel is opgemaakt door de in § 1
bedoelde ontvanger van de belastingen binnen dertig dagen die de kennisgeving van de
overeenkomst voorafgaan.
De uitreiking van dit certificaat is afhankelijk van een door de overdrager ingediende
aanvraag in tweevoud bij de bevoegde ontvanger van de belastingen van de woonplaats of
maatschappelijke zetel van de overdrager.
Het certificaat wordt geweigerd door de ontvanger indien op de dag van de aanvraag een
aanslag ten laste van de overdrager werd gevestigd die een zekere en vaststaande schuld
vormt of indien de aanvraag is ingediend na de aankondiging van of tijdens een
belastingonderzoek of na het verzenden van een vraag om inlichtingen met betrekking tot
zijn belastingstoestand.
Het certificaat wordt ofwel uitgereikt ofwel geweigerd binnen een termijn van dertig dagen
na de indiening van de vraag van de overdrager.
§ 4. Niet onderworpen aan de bepalingen van dit artikel zijn de overdrachten die worden
uitgevoerd door een curator, een commissaris inzake opschorting of in geval van fusie,
splitsing, inbreng van de algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid
verricht overeenkomstig de bepalingen van de gecoördineerde wetten op de
handelsvennootschappen.
§ 5. De in dit artikel bedoelde aanvraag en het in dit artikel bedoelde certificaat
worden opgemaakt overeenkomstig de door de Minister van Financiën vastgestelde modellen.
Afdeling V. - Verplichtingen van kredietinstellingen of -inrichtingen.
Art. 443. Wanneer openbare of private kredietinstellingen of -inrichtingen kredieten,
leningen of voorschotten toekennen waarvoor een voordeel is verleend in het kader van de
wettelijke en reglementaire bepalingen inzake economische expansie of waarvoor een
dergelijk voordeel is aangevraagd aan de bevoegde overheid, mogen zij de fondsen noch
geheel noch gedeeltelijk vrijgeven, tenzij nadat de genieter of aanvrager hun een attest
heeft overgelegd dat is uitgereikt door de bevoegde ambtenaar en waaruit blijkt :
1° ofwel dat geen belastingen of bijbehoren in zijnen hoofde eisbaar zijn;
2° ofwel dat een bepaald bedrag aan belastingen of bijbehoren in zijnen hoofde eisbaar
is, in welk geval de betaling van de verschuldigde bedragen, in de vorm en binnen de
termijnen voorzien in het attest, het voorwerp moet uitmaken van een bijzonder beding in
de beslissing tot toekenning van het voordeel.
De Koning regelt de toepassing van dit artikel.
HOOFDSTUK X. - Strafbepalingen.
Afdeling I. - Administratieve sancties.