Belgisch Gerechtelijk Wetboek - Deel V : Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling:  Titel III. Gedwongen tenuitvoerlegging:

Hoofdstuk VI. - Uitvoerend beslag op onroerend goed

....
  Art. 1580ter. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 11, 024; Inwerkingtreding : 01-01-1999>

 Wanneer de beslagleggende schuldeiser machtiging vraagt om uit de hand te verkopen, legt hij de rechter een door een notaris opgesteld ontwerp van verkoopakte voor en zet de redenen uiteen waarom de verkoop uit de hand geboden is.

  De ingeschreven hypothecaire of bevoorrechte schuldeisers, degenen die een bevel of een beslag hebben laten overschrijven, de beslagene en desgevallend de derde houder moeten worden gehoord of bij gerechtsbrief behoorlijk worden opgeroepen.

  De machtiging wordt verleend indien het belang van de schuldeisers, van de schuldenaar en, desgevallend, van de derde houder zulks vereist.

  De beschikking moet aangeven om welke redenen de verkoop uit de hand het belang van de schuldeisers, van de schuldenaar en, desgevallend, van de derde houder, dient.

  Bij het aanwenden van deze verkoopsvorm kan een minimumprijs worden opgelegd.

  De verkoop moet geschieden, binnen de vastgestelde termijn, door het ambt van de notaris die bij de beschikking is benoemd en overeenkomstig het ontwerp van verkoopakte dat aan de rechter is voorgelegd.

  Alle nietigheden die een voorgaande procedurehandeling zouden aantasten worden gedekt door de beschikking.

  De beschikking is niet vatbaar voor verzet of hoger beroep.

 Art. 1580 quater.