Het voorrecht van de onbetaalde verkoper

De Belgische hypotheekwet

 

2747.com / law / .. Belgie

contact

Publiek recht

Fiscaal recht

Burgerlijk recht

Vennootschapsrecht

 

De Belgische hypotheekwet anno 2006

Hoe voorrechten bewaard worden

Art. 29. Tussen de schuldeisers hebben de voorrechten slechts gevolg ten aanzien van de onroerende goederen, voor zover zij zijn openbaar gemaakt door inschrijving in de registers van de hypotheekbewaarder, met uitzondering van de voorrechten der gerechtskosten.

Art. 30. De verkoper bewaart zijn voorrecht door de overschrijving van de titel waarbij de eigendom is overgedragen en waarbij wordt vastgesteld dat de koopprijs hem geheel of ten dele verschuldigd is.

Art. 31. De ruilers bewaren wederzijds hun voorrecht op de geruilde onroerende goederen, door de overschrijving van het ruilcontract, waarbij wordt vastgesteld dat hun een opleg, een vergoeding van de overwaarde of een vaste som als schadeloosstelling voor het geval van uitwinning verschuldigd is.

Art. 32. De schenker bewaart zijn voorrecht, voor de geldelijke lasten of de andere begrote prestaties die aan de begiftigde zijn opgelegd, door de overschrijving van de akte van schenking, waarbij die lasten en prestaties worden vastgesteld.

Art. 33. De medeërfgenaam of deelgenoot bewaart zijn voorrecht door de overschrijving van de akte van verdeling of van de akte van veiling.

Art. 34. De overschrijving, bij de vier vorige artikelen voorgeschreven, geldt als inschrijving voor de verkoper, de ruiler, de schenker, de erfgenaam of de deelgenoot en voor de wettelijk in hun plaats gestelde uitlener.

Hetzelfde geldt voor de overschrijving die op verzoek van de laatstgenoemde gedaan wordt.

Art. 35. De hypotheekbewaarder is op straffe van vergoeding van alle schade jegens derden gehouden, op het ogenblik van de overschrijving ambtshalve in zijn register de inschrijving te doen :

1° Van de schuldvorderingen die voortvloeien uit de akte van eigendomsoverdracht;

2° Van iedere opleg of vergoeding van de overwaarde, die voortvloeit uit de akte van ruiling.

Deze inschrijving omvat de som die als schadevergoeding voor het geval van uitwinning bedongen is;

3° Van de geldelijke lasten en de andere begrote prestaties die voortvloeien uit de akte van schenking;

4° Van iedere opleg en vergoeding van de overwaarde, die voortvloeit uit de akte van verdeling of van veiling.

Deze inschrijving vermeldt de bedingen betreffende de vrijwaring wegens uitwinning, indien zodanige bedingen zijn gemaakt.

Art. 36. De verkoper, de ruilers, de schenker, de medeërfgenamen of deelgenoten kunnen, door een uitdrukkelijk beding in de akte, de hypotheekbewaarder ontslaan van de ambtshalve te nemen inschrijving.

In dat geval verliezen zij het voorrecht en het recht om een vordering tot ontbinding of tot terugvordering in te stellen, maar zij kunnen, krachtens hun titel, een hypothecaire inschrijving nemen, waarvan echter de rang zal worden bepaald door haar dagtekening.

Art. 37. De bij de vorige artikelen voorgeschreven inschrijvingen moeten door de schuldeisers vernieuwd worden overeenkomstig artikel 90. Bij gebreke van vernieuwing hebben dezen nog slechts een hypotheek, waarvan de rang zal worden bepaald door de dagtekening van haar inschrijving.

Art. 38. Door 1° de inschrijving van het proces-verbaal, die gedaan is voor de aanvang van de werken en waaruit de gesteldheid van de plaats blijkt; en 2° de inschrijving van het tweede proces-verbaal binnen vijftien dagen nadat de werken in ontvangst zijn genomen; bewaren de aannemers, architecten, metselaars en andere werklieden, gebezigd om de werken uit te voeren waarvan sprake in artikel 27, hun voorrecht op de dag van het eerste proces-verbaal.

Na het verstrijken van die laatste termijn hebben zij nog slechts een hypotheek, waarvan de rang wordt bepaald door de dagtekening van haar inschrijving, en alleen voor de meerwaarde.

Art. 38bis. De Staat behoudt het voorrecht, voorzien bij artikel 27, 6°, door inschrijving gedaan, vóór de aanvang der werken, van het proces-verbaal, dat de plaatsbeschrijving vaststelt en van het verslag, opgesteld door het Aankoopcomité, overeenkomstig artikel 7 van het koninklijk besluit van 18 april 1967 betreffende de gezondmaking van de steenkolenvestigingen, die aan hun eerste bestemming zijn onttrokken en door de inschrijving, gedaan na het einde van de werken, van het proces-verbaal, dat de plaatsbeschrijving vaststelt en de eindafrekening van de uitgevoerde werken bevat.

Het voorrecht wordt behouden van de eerste inschrijving af, voor zover dat de tweede inschrijving wordt gedaan binnen de drie maanden van de definitieve oplevering der werken.

Eens deze termijn overschreden, zal het voorrecht slechts van de tweede inschrijving af zijn plaats innemen. Indien de door het Aankoopcomité gedane schattingen worden betwist, wordt de melding van de rechtsvordering door het Aankoopcomité ingevoerd, overeenkomstig de laatste alinea van artikel 7 van het voormeld besluit, gedaan naast de inschrijving van het betwist proces-verbaal en verslag. De definitieve uitspraak over deze rechtsvordering gedaan, wordt ingeschreven.

Art. 39. De schuldeisers en legatarissen, die volgens artikel 878 van het Burgerlijk Wetboek het recht hebben om de afscheiding van de boedels te vragen, bewaren dit recht met betrekking tot de onroerende goederen der nalatenschap ten opzichte van de schuldeisers van de erfgenamen of vertegenwoordigers van de overledene, door inschrijving te nemen op elk van die onroerende goederen binnen zes maanden na het openvallen van de erfenis.

Totdat deze termijn verstreken is, kan geen hypotheek op die goederen worden gevestigd en kan geen vervreemding ervan worden toegestaan door de erfgenamen of vertegenwoordigers van de overledene, ten nadele van de schuldeisers en legatarissen.

Art. 40. De overnemers van die verschillende bevoorrechte schuldvorderingen oefenen dezelfde rechten uit als de overdragers in wier plaats zij treden, mits zij zich gedragen naar de bepalingen van artikel 5 van deze wet.