Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten : 4. Vaststelling van de rechten:
Afdeling I : Overdrachten onder bezwarende titel van onroerende goederen

4. Verkopingen van kleine landeigendommen en bescheiden woningen

Artikel 53

Het bij artikel 44 vastgestelde recht wordt tot 5 ten honderd verminderd in geval van verkoop van de eigendom:

1° van onroerende landgoederen waarvan het kadastraal inkomen een bij koninklijk besluit vast te stellen maximum niet te boven gaat.

Wordt als landgoed aangezien, het onroerend goed dat hetzij uit voor landbouwbedrijf aangewende of bestemde gebouwen en gronden, hetzij uit dergelijke gronden alleen bestaat;

2° van woningen waarvan het gebouwd of ongebouwd kadastraal inkomen een bij koninklijk besluit vast te stellen maximum niet overschrijdt.

Als woning wordt aangemerkt het huis of het geheel of het gedeelte van een verdieping van een gebouw, dat dient of zal dienen tot huisvesting van een gezin of één persoon, met in voorkomend geval de aanhorigheden die tegelijk met het huis, het geheel of het gedeelte van een verdieping worden verkregen. De Koning stelt regels vast voor het bepalen van de aanhorigheden waarop deze bepaling van toepassing is.


Artikel 54

De in voorgaand artikel voorziene verlaging is niet toepasselijk op de verkoop van een onverdeeld deel, tenzij dit deel verbonden is aan een verdieping of aan een gedeelte van verdieping van een gebouw.

Zij is evenmin van toepassing, zo de verkrijger of zijn echtgenoot de algeheelheid of een onverdeeld deel, in volle of blote eigendom, bezit van één of meer onroerende goederen, waarvan het kadastraal inkomen voor de geheelheid of voor het onverdeeld deel, met dit van het verkregen onroerend goed, meer bedraagt dan het krachtens het vorig artikel vast te stellen maximum.

In afwijking van deze bepaling, wordt evenwel geen rekening gehouden met hetgeen door de verkrijger of door zijn echtgenoot werd verkregen uit de nalatenschap van hun bloedverwanten in de opgaande lijn, mits het desbetreffende kadastraal inkomen 25 pct. van even bedoeld maximum niet overschrijdt.

De onder 2° van het voorgaande artikel bepaalde vermindering is eveneens niet toepasselijk indien de verkrijger of zijn echtgenoot reeds, voor het geheel in volle of in blote eigendom, een onroerend goed bezitten dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd en dat door hen of door een van hen anders dan uit de nalatenschap van hun bloedverwanten in de opgaande lijn is verkregen.


Artikel 55

De in artikel 53 voorziene verlaging is bovendien aan volgende voorwaarden verbonden:

1°     Een uittreksel uit de kadastrale legger betreffende het verkregen onroerend goed moet aan de akte gehecht worden;

2°     De akte, of een door de verkrijger gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte moet, uitdrukkelijk vermelden:

a)     dat de verkrijger en zijn echtgenoot geen andere onroerende goederen bezitten of dat zij, voor het geheel of in onverdeeldheid niet één of meer onroerende goederen bezitten waarvan het kadastraal inkomen, voor het geheel of voor het onverdeelde deel, samen met dat van het verkregen onroerend goed, meer dan het krachtens artikel 53 vastgestelde maximum bedraagt, afgezien van hetgeen zij uit de nalatenschap van hun bloedverwanten in de opgaande lijn hebben verkregen wanneer het desbetreffende kadastraal inkomen 25 pct. van evenbedoeld maximum niet overschrijdt;

b)     in geval van toepassing van artikel 53, 1°, dat de landeigendom uitgebaat zal worden door de verkrijger, zijn echtgenoot of zijn afstammelingen;

c)     in geval van toepassing van artikel 53, 2°, dat de verkrijger of zijn echtgenoot voor het geheel in volle of in blote eigendom geen onroerend goed bezitten dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd en door hen of door één van hen anders dan uit de nalatenschap van hun bloedverwanten in de opgaande lijn werd verkregen.

d)     in geval van toepassing van artikel 53, 2°, dat de verkrijger of zijn echtgenoot zijn inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister op het adres van het verkregen onroerend goed zal bekomen.

In geval van niet-nakoming van een van bovenstaande voorwaarden uiterlijk wanneer de akte ter formaliteit wordt aangeboden, wordt deze akte tegen het gewoon recht geregistreerd; hetgeen boven het verlaagd recht geheven werd is vatbaar voor teruggaaf, tot beloop van de acht tienden, mits overlegging van een uittreksel uit de kadastrale legger en een verklaring ondertekend door de verkrijger, waarin de door voorgaand 2° beoogde vermeldingen voorkomen.


Artikel 56

Wanneer het kadastraal inkomen van het verkregen onroerend goed nog niet is vastgesteld, wordt het sub 1° van vorenstaand artikel bedoeld uittreksel uit de kadastrale legger vervangen door een attest van de controleur van het kadaster houdende dat het kadastraal inkomen van bewust onroerend goed nog moet vastgesteld worden.

In dit geval, wordt de akte, behoudens de in artikel 58 voorziene teruggaaf, tegen het gewoon recht geregistreerd.

Artikel 57

Behoudens toepassing van artikel 54 wordt het in artikel 44 vastgestelde recht verminderd tot 5 ten honderd in geval van verkoop van de eigendom van een stuk grond bestemd om er een woning op te bouwen, op voorwaarde:

1° dat het verkregen goed en het gebouwd onroerend goed aan de bij artikel 53, 2°, gestelde voorwaarden beantwoorden.

2° dat de akte van verkrijging de bij artikel 55, 2°, geëiste vermeldingen vervat.

In dit geval, wordt de akte tegen het gewoon recht geregistreerd, behoudens de bij artikel 58 voorziene teruggaaf, na voltooiing van het gebouw.



Artikel 58

In de bij artikelen 56 en 57 voorziene gevallen, wordt hetgeen boven het verlaagd recht werd geheven, teruggegeven op overlegging van een na de vaststelling van het kadastraal inkomen afgeleverd uittreksel uit de kadastrale legger.

Het ter uitvoering van artikel 53, 2°, toepasselijk maximum is datgene dat van kracht was op de datum van de akte van verkrijging.

Zo, tussen de datum van de akte en de 2de januari die volgt op het betrekken der gebouwde woning, nieuwe kadastrale inkomens, vastgesteld ingevolge een algemene perekwatie of een buitengewone herziening, voor de heffing der grondbelasting in toepassing worden gebracht, dan moet het voor de gebouwde woning in acht te nemen kadastraal inkomen bepaald worden volgens de regeling die op de datum van de akte van toepassing was. Het aldus bepaalde kadastraal inkomen wordt de verkrijger ter kennis gebracht; deze kan bezwaar indienen volgens de procedure betreffende de vaststelling van de nieuwe kadastrale inkomens.


Artikel 59

In geval van onjuistheid in de vermeldingen waarvan sprake in artikel 55, eerste lid, 2°, a en c, verbeurt de verkrijger een aan het ontdoken recht gelijke geldboete.


Artikel 60

Het voordeel van de in artikel 53, 1°, bedoelde vermindering blijft alleen dan behouden zo de verkrijger, zijn echtgenoot of zijn afstammelingen zelf de landeigendom uitbaten. Die uitbating dient aangevangen binnen een termijn van vijf jaar ingaande op de datum van de akte van verkrijging en tenminste drie jaar zonder onderbreking voortgezet.

Het voordeel van de in artikel 53, 2° bedoelde vermindering blijft alleen dan behouden zo de verkrijger of zijn echtgenoot ingeschreven is in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister op het adres van het verkregen onroerend goed. Deze inschrijving moet geschieden binnen een termijn van drie jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte van verkrijging en ten minste drie jaar zonder onderbreking behouden blijven.

Evenwel blijft de verlaging verkregen zo niet-nakoming van die voorwaarden het gevolg is van overmacht.


Artikel 61/1

Indien de vermindering vervalt bij gebrek van exploitatie binnen de termijn en gedurende de tijd bepaald in artikel 60, eerste lid, is de verkrijger, naast het aanvullend recht, een daaraan gelijke vermeerdering verschuldigd.

Indien de vermindering vervalt bij gebrek van inschrijving binnen de termijn en gedurende de tijd bepaald in artikel 60, eerste lid, is de verkrijger, naast het aanvullend recht, een daaraan gelijke vermeerdering verschuldigd.

De Minister van Financiën kan evenwel van die vermeerdering geheel of gedeeltelijk afzien.


Artikel 61/2

Wanneer een ongebouwd landeigendom, verkregen met de in deze paragraaf bedoelde verlaging, naderhand in een ruiling betrokken wordt volgens artikel 72, treedt het in ruil verkregen goed, voor de toepassing van de artikelen 60, eerste lid en 61/1, eerste lid, in de plaats van het oorspronkelijk verkregen goed.

Hetzelfde heeft plaats in geval van ruilverkaveling van landeigendommen in der minne of uit kracht van de wet. In geval van gebruiksruil bij toepassing van titel I van de wet houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken, treedt, voor de toepassing van de artikelen 60, eerste lid en 61/1, eerste lid, het bij de akte van ruiling voor gebruik toebedeeld goed in de plaats van het verkregen goed.


Wetsgeschiedenis: Vlaanderen