law - sale - small home

Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

Afdeling I : Overdrachten onder bezwarende titel van onroerende goederen

§ 4. Verkopingen van kleine landeigendommen en bescheiden woningen (Vlaanderen, Wallonie)

Artikel 55 Vlaamse Wetboek Registratierechten anno 2008:
Vlaams Gewest

    [De in artikel 53 voorziene verlaging is bovendien aan volgende voorwaarden verbonden:

1° Een uittreksel uit de kadastrale legger betreffende het verkregen onroerend goed moet aan de akte gehecht worden;

 2° [De akte, of een door de verkrijger gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte, moet uitdrukkelijk vermelden:

a) [dat de verkrijger en zijn echtgenoot geen andere onroerende goederen bezitten of dat zij, voor het geheel of in onverdeeldheid niet één of meer onroerende goederen bezitten waarvan het kadastraal inkomen, voor het geheel of voor het onverdeelde deel, samen met dat van het verkregen onroerend goed, meer dan het krachtens artikel 53 vastgestelde maximum bedraagt, afgezien van wat ze in blote eigendom bezitten en hebben verkregen uit de nalatenschap van een bloedverwant in opgaande lijn van één van hen en afgezien van wat ze in volle eigendom bezitten en uit de nalatenschap van een bloedverwant in opgaande lijn van één van hen in volle of blote eigendom hebben verkregen, en op voorwaarde dat het kadastraal inkomen van die in volle eigendom bezeten goederen niet meer bedraagt dan 25 percent van het bedoelde maximum;]
 
b) in geval van toepassing van artikel 53, 1°, dat de landeigendom uitgebaat zal worden door de verkrijger, zijn echtgenoot of zijn afstammelingen;
 c) in geval van toepassing van artikel 53, 2°, dat de verkrijger of zijn echtgenoot voor het geheel in volle of in blote eigendom geen onroerend goed bezitten dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd en door hen of door één van hen anders dan uit de nalatenschap van hun bloedverwanten in de opgaande lijn werd verkregen;]

 [d) in geval van toepassing van artikel 53, 2°, dat de verkrijger of zijn echtgenoot zijn inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister op het adres van het verkregen onroerend goed zal bekomen.]

    [...]
   In geval van niet-nakoming van een van bovenstaande voorwaarden uiterlijk wanneer de akte ter formaliteit wordt aangeboden, wordt deze akte tegen het gewoon recht geregistreerd; hetgeen boven het verlaagd recht geheven werd is vatbaar voor teruggaaf, tot beloop van de acht tienden, mits overlegging van een uittreksel uit de kadastrale legger en een verklaring ondertekend door de verkrijger, waarin de door voorgaand 2° beoogde vermeldingen voorkomen.]


Wetshistoriek
   Art. vervangen bij art. 25 W. 23 december 1958 (B.S., 7 januari 1959).
   Lid 1, 2° vervangen bij art. 147 W. 22 december 1989 (B.S., 29 december 1989), met ingang van 1 januari 1990 (art. 244).
   Lid 1, 2°: – a) vervangen bij art. 19 Decr. Vl. Parl. 21 december 2007 (B.S., 31 december 2007 (eerste uitg.)), met ingang van 1 januari 2008 (art. 63);
 – d) ingevoegd bij art. 2 W. 19 mei 1998 (B.S., 14 juli 1998).

   Lid 2 opgeheven bij art. 37, 3° W. 19 juli 1979 (B.S., 22 augustus 1979), van toepassing op de akten die met ingang van 1 januari 1980 worden verleden (art. 45).


Artikel 55 Federale tekst anno 2008:

    [De in artikel 53 voorziene verlaging is bovendien aan volgende voorwaarden verbonden: 1° Een uittreksel uit de kadastrale legger betreffende het verkregen onroerend goed moet aan de akte gehecht worden;
 2° [De akte, of een door de verkrijger gewaarmerkte en ondertekende verklaring onderaan op de akte, moet uitdrukkelijk vermelden: a) dat de verkrijger en zijn echtgenoot geen andere onroerende goederen bezitten of dat zij, voor het geheel of in onverdeeldheid niet één of meer onroerende goederen bezitten waarvan het kadastraal inkomen, voor het geheel of voor het onverdeelde deel, samen met dat van het verkregen onroerend goed, meer dan het krachtens artikel 53 vastgestelde maximum bedraagt, afgezien van hetgeen zij uit de nalatenschap van hun bloedverwanten in de opgaande lijn hebben verkregen wanneer het desbetreffende kadastraal inkomen 25 pct. van evenbedoeld maximum niet overschrijdt;
 b) in geval van toepassing van artikel 53, 1°, dat de landeigendom uitgebaat zal worden door de verkrijger, zijn echtgenoot of zijn afstammelingen;
 c) in geval van toepassing van artikel 53, 2°, dat de verkrijger of zijn echtgenoot voor het geheel in volle of in blote eigendom geen onroerend goed bezitten dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd en door hen of door één van hen anders dan uit de nalatenschap van hun bloedverwanten in de opgaande lijn werd verkregen;]
 [d) in geval van toepassing van artikel 53, 2°, dat de verkrijger of zijn echtgenoot zijn inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister op het adres van het verkregen onroerend goed zal bekomen.]
 

    [...]
   In geval van niet-nakoming van een van bovenstaande voorwaarden uiterlijk wanneer de akte ter formaliteit wordt aangeboden, wordt deze akte tegen het gewoon recht geregistreerd; hetgeen boven het verlaagd recht geheven werd is vatbaar voor teruggaaf, tot beloop van de acht tienden, mits overlegging van een uittreksel uit de kadastrale legger en een verklaring ondertekend door de verkrijger, waarin de door voorgaand 2° beoogde vermeldingen voorkomen.]


Wetshistoriek
   Art. vervangen bij art. 25 W. 23 december 1958 (B.S., 7 januari 1959).
   Lid 1, 2° vervangen bij art. 147 W. 22 december 1989 (B.S., 29 december 1989), met ingang van 1 januari 1990 (art. 244).
   Lid 1, 2°, d) ingevoegd bij art. 2 W. 19 mei 1998 (B.S., 14 juli 1998).
   Lid 2 opgeheven bij art. 37, 3° W. 19 juli 1979 (B.S., 22 augustus 1979), van toepassing op de akten die met ingang van 1 januari 1980 worden verleden (art. 45).