Decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming
Titel III Bodemsanering - Hoofdstuk VIII. Overdrachten

Afdeling II. Overdracht van risicogronden

Onderafdeling II. Nieuwe bodemverontreiniging
C. Administratief beroep
Art. 108

Onderafdeling III. Historische bodemverontreiniging
A. Saneringsplicht
Art. 109

§ 1.  Als de OVAM op basis van het oriënterend bodemonderzoek, vermeld in artikel 102, van oordeel is dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat een risicogrond is aangetast door een ernstige historische bodemverontreiniging, maant de OVAM binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de melding van overdracht de overdrager of in voorkomend geval de gemandateerde aan om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren.
   Als de OVAM niet binnen de termijn van zestig dagen heeft aangemaand, kan de overdracht plaatsvinden, met behoud van de mogelijkheid voor de OVAM om de andere bepalingen van deze titel later toe te passen.

§ 2.  Als de OVAM op basis van het verslag van beschrijvend bodemonderzoek, het verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek of het grondeninformatieregister van oordeel is dat de grond is aangetast door een ernstige historische bodemverontreiniging, kan de overdracht niet plaatsvinden vooraleer de overdrager of in voorkomend geval de gemandateerde:
    1° een bodemsaneringsproject of een beperkt bodemsaneringsproject heeft opgesteld en hiervoor een conformiteitsattest werd afgeleverd;
    2° jegens OVAM de verbintenis heeft aangegaan de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren;
    3° financiële zekerheden heeft gesteld tot waarborg van de uitvoering van de verbintenis, vermeld in 2°. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze financiële zekerheden worden gesteld.

B. Vrijstelling van de saneringsplicht
Art. 110