Het hoger bod

Art. 1592. Een ieder heeft gedurende vijftien dagen na de toewijzing het recht een hoger bod te doen.
Het meer gebodene mag niet lager zijn dan n tiende van de hoofdprijs van de toewijzing; het mag evenwel niet lager zijn dan (250 EUR) en het moet niet hoger zijn dan (6.200 EUR).
Dit bedrag moet op het kantoor van de notaris in consignatie worden gegeven op het tijdstip van het hoger bod, dat bij deurwaardersexploot aan de notaris moet worden betekend; dit exploot wordt de koper aangezegd.
De toewijzing ten gevolge van een hoger bod wordt gehouden door dezelfde notaris en op dezelfde wijze als de eerste toewijzing. Deze toewijzing, die voor een ieder openstaat, is definitief.
De notaris kan het hoger bod weigeren van personen die hij niet kent of van wie de identiteit of de gegoedheid hem niet bewezen lijkt. Hij kan in alle gevallen van de opbieder een borg eisen. Weigert de notaris het hoger bod, dan maakt hij van die weigering terstond een met redenen omkleed proces-verbaal op.

Art. 1593. Binnen vijf werkdagen na de toewijzing laat de notaris aanplakbiljetten aanbrengen waarbij het recht om een hoger bod te doen wordt bekendgemaakt. Deze aanplakbiljetten vermelden de naam van de optredende notaris, de datum en de prijs van de toewijzing, de nauwkeurige omschrijving van het toegewezen goed. Daarna volgt de tekst van artikel 1592.
De bekendmaking geschiedt volgens het gebruik bij willige verkoop en overeenkomstig de verkoopsvoorwaarden.

Art. 1594. Indien een hoger bod wordt gedaan volgens de voorwaarden en in de vormen in artikel 1592 voorgeschreven, wordt de zitdag voor de definitieve toewijzing ten gevolge van een hoger bod aangekondigd volgens het gebruik bij willige verkoop en overeenkomstig de verkoopsvoorwaarden.
Deze zitdag wordt ten minste tien dagen vr de datum bij deurwaardersexploot betekend aan de vervolgde schuldenaar, aan de koper, de opbieder, de ingeschreven schuldeisers en aan hen die een bevel hebben laten overschrijven.

In de procedure voor uitvoerend beslag op onroerend goed staat beschreven hoe de toewijzing moet gedaan worden

Art. 1588. De notaris kan evenwel, indien hij het nodig acht in het belang van de betrokken partijen, ten vroegste veertien dagen en ten laatste dertig dagen nadien een tweede zitdag voor de verkoop beleggen.
In die tussentijd doch ten minste tien dagen vr die tweede zitdag, worden nieuwe aanplakbiljetten aangeslagen en nieuwe aankondigingen gedaan door toedoen en op verantwoordelijkheid van de notaris.

Art. 1589. De notaris kan het bod weigeren van personen die hem onbekend zijn of van wie de identiteit of de gegoedheid hem niet bewezen schijnen.
De notaris kan in alle gevallen eisen dat de koper borg stelt. Indien bij de verkoop geen borgstelling geist is, kan de rechter, op verzoek van de beslaglegger, van een der ingeschreven schuldeisers, of van een der schuldeisers die hun bevel hebben doen overschrijven of zelfs van de beslagene, naar gelang van de omstandigheden bevelen dat de koper borg zal stellen tot het bedrag dat in de beschikking wordt bepaald.

Art. 1590. De koper kan een lastgever aanwijzen, op voorwaarde dat hij deze aangeeft aan de benoemde notaris of hem die aangifte betekent uiterlijk de eerste werkdag na die waarop de wettelijke termijn voor het doen van een hoger bod verstrijkt. Deze aangifte wordt onderaan op het proces-verbaal van toewijzing ingeschreven of vermeld.
De koper staat in voor de gegoedheid en de rechtsbekwaamheid van zijn lastgever.

 

2747.com / law /

contact