Belgisch Staatsblad van 8 mei 2007

Wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV): Titel V. - Middenstand: Hoofdstuk II. - 
Niet-vatbaarheid voor beslag van de woning van de zelfstandige

Art. 72. Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder zelfstandige : iedere natuurlijke persoon die in België een beroepsbezigheid in hoofdberoep uitoefent uit hoofde waarvan hij niet door een arbeidsovereenkomst of door een statuut verbonden is.

Art. 73. In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 en van artikel 1560 van het Gerechtelijk wetboek kan een zelfstandige zijn zakelijke rechten, andere dan het gebruiksrecht en het recht van bewoning, op het onroerend goed waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft, niet vatbaar voor beslag verklaren.

Art. 74. Deze verklaring wordt op straffe van nietigheid voor een notaris verleden en bevat de gedetailleerde beschrijving van het onroerend goed en de aanduiding van de eigen, gemeenschappelijke of onverdeelde aard van de zakelijke rechten die de zelfstandige bezit op het onroerend goed. De notaris kan de verklaring enkel verlijden nadat hij de instemming van de echtgenoot van de zelfstandige heeft gekregen.

Art. 75. Wanneer het onroerend goed tegelijk gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden en als woning, wordt in de beschrijving een duidelijk onderscheid gemaakt tussen het gedeelte dat gebruikt wordt als hoofdverblijfplaats en het gedeelte dat gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden. De beschrijving vermeldt de oppervlakte van elk gedeelte.
Indien de oppervlakte die gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden minder dan 30 % beslaat van de totale oppervlakte van het onroerend goed, kunnen de rechten op het hele onroerend goed niet vatbaar voor beslag worden verklaard.
Indien de oppervlakte die gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden 30 % of meer beslaat van de totale oppervlakte van het onroerend goed, kunnen alleen de rechten op het gedeelte dat als hoofdverblijfplaats gebruikt wordt niet vatbaar voor beslag worden verklaard mits men vooraf statuten van mede-eigendom opstelt.
In geval van geschil betreffende de toepassing van dit artikel, rust de bewijslast op degene die de verklaring heeft gedaan.

Art. 76. Deze verklaring wordt ingeschreven in een hiertoe bestemd register, op het kantoor van de hypotheekbewaarder van het arrondissement waar het goed gelegen is. Vóór deze inschrijving, kan de verklaring niet aan derden worden tegengeworpen.
De Koning kan in bijkomende vormen van openbaarmaking van de verklaring voorzien en de desbetreffende procedure en kosten vastleggen.

Art. 77. Deze verklaring heeft slechts uitwerking ten aanzien van schuldeisers van wie de schuldvorderingen na de in artikel 76 bedoelde inschrijving ontstaan, naar aanleiding van de zelfstandige beroepsbezigheid van degene die de verklaring heeft gedaan.
Ze heeft geen uitwerking ten aanzien van de schuldvorderingen die volgen uit een misdrijf, zelfs indien ze betrekking hebben op de beroepsbezigheid, noch ten aanzien van de schulden van gemengde aard, die verband houden zowel met het privéleven als met de beroepsbezigheid.
Ze heeft ook geen uitwerking wanneer de zelfstandige, die zijn rechten op het onroerend goed waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft niet vatbaar voor beslag heeft verklaard, krachtens de artikelen 265, § 2, 409, § 2, en 530, § 2, van het Wetboek van vennootschappen aansprakelijk wordt gesteld.
Ze blijft uitwerking hebben zelfs na het verlies van de hoedanigheid van zelfstandige ten gevolge van een faillissement.

Art. 78. Van de verklaring kan op ieder ogenblik, onder de voorwaarden die bepaald zijn bij de artikelen 74 en 76, worden afgezien. Het afzien van deze verklaring heeft uitwerking ten aanzien van alle schuldeisers; de verklaring wordt geacht nooit te hebben bestaan.
De curator van het faillissement kan het in het eerste lid bedoelde recht om van de verklaring af te zien niet uitoefenen.

Art. 79. De verklaring blijft uitwerking hebben na de ontbinding van het huwelijksstelsel wanneer het goed wordt toebedeeld aan degene die de verklaring heeft gedaan, behalve ten aanzien van de schulden die ontstaan zijn naar aanleiding van diens zelfstandige beroepsbezigheid en waarvan de invordering uitgevoerd kan worden op het vermogen van de gewezen echtgenoot.

Art. 80. Het overlijden van degene die de verklaring heeft gedaan heeft de herroeping van de verklaring tot gevolg.

Art. 81. In geval van overdracht van de zakelijke rechten die in de verklaring zijn aangeduid, blijft de verkregen prijs niet vatbaar voor beslag ten aanzien van de schuldeisers van wie de rechten ontstaan zijn na het inschrijven van deze verklaring en naar aanleiding van de beroepsbezigheid van degene die de verklaring heeft gedaan, op voorwaarde dat de verkregen geldsommen binnen een termijn van één jaar door degene die de verklaring heeft gedaan, wederbelegd worden om een onroerend goed aan te kopen waar zijn hoofdverblijfplaats is gevestigd.
Gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn worden de geldsommen bewaard in handen van de notaris die de akte van overdracht van de zakelijke rechten heeft verleden.
De rechten op de nieuw aangekochte hoofdverblijfplaats blijven niet vatbaar voor beslag ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde schuldeisers wanneer de akte van verkrijging een verklaring van wederbelegging van de fondsen bevat, behalve als de schuldeisers bewijzen dat de zelfstandige zijn solvabiliteit opzettelijk heeft verminderd.
De verklaring van wederbelegging der fondsen is onderworpen aan de bij de artikelen 74, 75 en 76 bepaalde voorwaarden inzake geldigheid en tegenstelbaarheid.

Art. 82. Naar aanleiding van de inschrijving en de doorhaling van de verklaring worden aan de notaris vaste erelonen betaald waarvan het bedrag overeenkomstig de wet van 31 augustus 1891 houdende tarifering en invordering van de honoraria der notarissen wordt vastgesteld.
Zolang het bedrag van de in het eerste lid bedoelde erelonen niet overeenkomstig dat lid is vastgesteld, wordt het bedrag vastgesteld op 500 euro voor het opstellen van de verklaring en op 500 euro voor de inschrijving of de doorhaling ervan.

Art. 83. Dit hoofdstuk treedt één maand na zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad in werking.