income tax
Wetboek van de inkomstenbelastingen >> aanslagjaar 2008 (inkomsten 2007) Titel VII . Vestiging en invordering van de belastingen (art. 297 - 463)

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 304

§ 1. De onroerende voorheffing wordt opgenomen in kohieren. Aanslagen in de onroerende voorheffing die betrekking hebben op een kadastraal inkomen van minder dan 15 EUR per artikel van de kadastrale legger worden niet in een kohier opgenomen.

   Bij ontstentenis van betaling binnen de in artikel 412 gestelde termijn worden de aanslagen in de roerende voorheffing en in de bedrijfsvoorheffing altijd ten kohiere gebracht, ongeacht het bedrag ervan.

   Behoudens in de gevallen bepaald bij de artikelen 225, eerste lid, en 248, eerste lid, worden de aanslagen in de personenbelasting, in de vennootschapsbelasting, in de rechtspersonenbelasting en in de belasting van niet-inwoners altijd ten kohiere gebracht, onafgezien het bedrag ervan, maar dit bedrag wordt niet gevorderd of teruggegeven wanneer het na verrekening van de voorheffingen, voorafbetalingen en andere bestanddelen kleiner is dan 2,50 EUR.

   Om te bepalen of de grens van 2,50 EUR is bereikt, wordt rekening gehouden met de opcentiemen en de aanvullende belastingen als vermeld in de artikelen 245 en 466.

   § 2. Voor rijksinwoners wordt het eventuele overschot van de in de artikelen 157 tot 168 en 175 vermelde voorafbetalingen, van de in de artikelen 270 tot 272 vermelde bedrijfsvoorheffingen, van de in de artikelen 279 en 284 vermelde werkelijke of fictieve roerende voorheffingen en van de in de artikelen 134, § 3, en 289ter vermelde belastingkredieten in voorkomend geval verrekend met de aanvullende belastingen op de personenbelasting, en wordt het saldo teruggegeven indien het ten minste 2,50 EUR bedraagt.

   Bij binnenlandse vennootschappen wordt het eventuele overschot van de in artikel 279 vermelde roerende voorheffing en van de in artikelen 157 tot 168 en 218 vermelde voorafbetalingen desvoorkomend verrekend met de afzonderlijke aanslagen gevestigd ingevolge de artikelen 219 en 219bis en wordt het saldo teruggegeven indien het ten minste 2,50 EUR bedraagt.

   Bij belastingplichtigen die aan de rechtspersonenbelasting zijn onderworpen, worden de niet-verrekende voorafbetalingen teruggegeven indien zij ten minste 2,50 EUR bedragen.

   Bij belastingplichtigen die ingevolge artikel 232 aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen, is het eerste lid van deze paragraaf van toepassing op de belasting berekend volgens de artikelen 243 tot 245.

   Bij belastingplichtigen die ingevolge artikel 233 aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen, is het tweede lid van deze paragraaf van toepassing op de belasting berekend volgens artikel 246 en wordt het eventuele overschot van de in artikel 270 tot 272 vermelde bedrijfsvoorheffing met die belasting verrekend, het saldo wordt teruggegeven indien het ten minste 2,50 EUR bedraagt.

----------------------------------------
Art. 304 :
    

    *
      art. 304, § 2, 1e lid, is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 2003. (Art. 52, W 10.08.2001) B.S. 20.09.2001
    *
      Met ingang van het aanslagjaar 2002 worden de in dit artikel opgenomen bedragen in euro uitgedrukt. (Art. 1, KB 20.07.2000) B.S. 30.08.2000 en (Art. 42, 5°, KB 13.07.2001) B.S. 11.08.2001
       
    *
      art. 304, § 1, 1e lid, 2e lid en 3e lid, is van toepassing vanaf 06.04.1999. (Art. 7, W 15.03.1999) B.S. 27.03.1999
       
    *
      art. 304, § 2, 2e lid, is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1999. (Art. 33, W 04.05.1999) B.S. 12.06.1999
       
    *
      art. 304, § 2, 3e lid, is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1998. (Art. 33, W 04.05.1999) B.S. 12.06.1999
       
    *
      art. 304, § 2, 3e en 4e lid, is van toepassing met ingang van 01.01.1997. In afwijking hiervan treedt art. 304, § 2, 3e en 4e lid, in werking met ingang van het aanslagjaar 1997, in de mate waarin het bij belastingplichtigen, die ingevolge art. 233 van hetzelfde Wetboek aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen, betrekking heeft op het overschot van de in art. 270 tot 272 van hetzelfde Wetboek vermelde bedrijfsvoorheffing. (Art. 38, KB 20.12.1996) B.S. 31.12.1996
       
    *
      art. 304 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992. (Art. 211, WIB Art. 1, KB 10.04.1992) B.S. 30.07.1992
      

 

Artikel 304 van toepassing voor het Vlaams Gewest :

   § 1. De onroerende voorheffing wordt opgenomen in kohieren. Aanslagen in de onroerende voorheffing die betrekking hebben op een kadastraal inkomen van minder dan 15 EUR per artikel van de kadastrale legger worden niet in een kohier opgenomen.

   Bij ontstentenis van betaling binnen de in artikel 412 gestelde termijn worden de aanslagen in de roerende voorheffing en in de bedrijfsvoorheffing altijd ten kohiere gebracht, ongeacht het bedrag ervan.

   Behoudens in de gevallen bepaald bij de artikelen 225, eerste lid, en 248, eerste lid, worden de aanslagen in de personenbelasting, in de vennootschapsbelasting, in de rechtspersonenbelasting en in de belasting van niet-inwoners altijd ten kohiere gebracht, onafgezien het bedrag ervan, maar dit bedrag wordt niet gevorderd of teruggegeven wanneer het na verrekening van de voorheffingen, voorafbetalingen en andere bestanddelen kleiner is dan 2,50 EUR.

   Om te bepalen of de grens van 2,50 EUR is bereikt, wordt rekening gehouden met de opcentiemen en de aanvullende belastingen als vermeld in de artikelen 245 en 466.

   § 2. Bij belastingplichtigen die aan de personenbelasting zijn onderworpen, wordt het eventuele overschot van de in artikelen 279 en 284 vermelde werkelijke of fictieve roerende voorheffingen, van de in de artikelen 270 tot 272 vermelde bedrijfsvoorheffingen en van de in de artikelen 157 tot 168 en 175 vermelde voorafbetalingen desvoorkomend verrekend met de aanvullende belastingen op de personenbelasting, en wordt het saldo teruggegeven indien het ten minste 2,50 EUR bedraagt.

   Bij binnenlandse vennootschappen wordt het eventuele overschot van de in artikel 279 vermelde roerende voorheffing en van de in artikelen 157 tot 168 en 218 vermelde voorafbetalingen desvoorkomend verrekend met de afzonderlijke aanslagen gevestigd ingevolge de artikelen 219 en 219bis en wordt het saldo teruggegeven indien het ten minste 2,50 EUR bedraagt.

   Bij belastingplichtigen die aan de rechtspersonenbelasting zijn onderworpen, worden de niet-verrekende voorafbetalingen teruggegeven indien zij ten minste 2,50 EUR bedragen.

   Bij belastingplichtigen die ingevolge artikel 232 aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen, is het eerste lid van deze paragraaf van toepassing op de belasting berekend volgens de artikelen 243 tot 245.

   Bij belastingplichtigen die ingevolge artikel 233 aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen, is het tweede lid van deze paragraaf van toepassing op de belasting berekend volgens artikel 246 en wordt het eventuele overschot van de in artikel 270 tot 272 vermelde bedrijfsvoorheffing met die belasting verrekend, het saldo wordt teruggegeven indien het ten minste 2,50 EUR bedraagt.

----------------------------------------
Art. 304 :
   

    *
      art. 304, § 1, 1e lid, 2e lid en 3e lid, is van toepassing vanaf 06.04.1999. (Art. 7, W 15.03.1999) B.S. 27.03.1999
       
    *
      art. 304, § 2, 2e lid, is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1999. (Art. 33, W 04.05.1999) B.S. 12.06.1999
       
    *
      art. 304, § 2, 3e lid, is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1998. (Art. 33, W 04.05.1999) B.S. 12.06.1999
       
    *
      art. 304, § 2, 3e en 4e lid, is van toepassing met ingang van 01.01.1997. In afwijking hiervan treedt art. 304, § 2, 3e en 4e lid, in werking met ingang van het aanslagjaar 1997, in de mate waarin het bij belastingplichtigen, die ingevolge art. 233 van hetzelfde Wetboek aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen, betrekking heeft op het overschot van de in art. 270 tot 272 van hetzelfde Wetboek vermelde bedrijfsvoorheffing. (Art. 38, KB 20.12.1996) B.S. 31.12.1996
       
    *
      art. 304 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992. (Art. 211, WIB Art. 1, KB 10.04.1992) B.S. 30.07.1992
      

 
Com.IB 92:     304