law : tax : deathtaxcode

Wetboek Successierechten : Hoofdstuk XI : Aan derden opgelegde verplichtingen ten einde de juiste heffing der ingevolge het overlijden van rijksinwoners verschuldigde successierechten te verzekeren:

Artikel 96
De besturen en de openbare instellingen, de stichtingen van openbaar nut en de private stichtingen, alle verenigingen of vennootschappen die in België hun voornaamste instelling, een bijhuis of een om 't even welke zetel van verrichtingen hebben, mogen, na het overlijden van een Rijksinwoner die titularis van een inschrijving of effect op naam is, de overdracht, de overgang, de conversie of de betaling daarvan slechts bewerkstelligen, na de daartoe aangestelde ambtenaar van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen bericht te hebben gegeven van het bestaan van de inschrijving of het effect op naam waarvan de overledene eigenaar is.

Wanneer de titularis van een inschrijving of effect op naam de overdracht, de overgang, de conversie of de betaling daarvan aanzoekt na het overlijden van zijn echtgenoot, moet hij dit overlijden ter kennis der betrokken inrichting brengen, en deze mag het aanzoek slechts inwilligen na de bevoegde ambtenaar bericht te hebben gegeven van het bestaan van de inschrijving of het effect waarvan de aanzoeker titularis was op de dag van het overlijden van zijn echtgenoot.

Indien de betrokken inrichting, na het overlijden van de echtgenoot van de titularis van een inschrijving of effect op naam en in de onwetendheid van dit overlijden, een overdracht, overgang, conversie of betaling heeft bewerkstelligd, is zij er toe gehouden, zodra zij kennis heeft van dit overlijden, de bevoegde ambtenaar bericht te geven van het bestaan van de inschrijving of het effect op de overlijdensdag.

Deze beschikking is eveneens toepasselijk indien er een overdracht, overgang, conversie of betaling plaats gegrepen heeft op verzoek van de lasthebber of wettelijke vertegenwoordiger van de titularis der inschrijving, na het overlijden en in de onwetendheid van het overlijden van de lastgever of van de onbekwame. In deze onderstellingen moet de lasthebber of de wettelijke vertegenwoordiger van de onbekwame, zodra hij kennis heeft van het overlijden van de lastgever of van de onbekwame, daarvan bericht geven aan de betrokken inrichting, die er alsdan toe gehouden is de in vorige alinea bedoelde kennisgeving aan de bevoegde ambtenaar over te maken.

--------------------
Art. 96 : eerste lid, gewijzigd bij W 02.05.2002 (B.S. 18.10.2002),
          van toepassing vanaf 01.07.2003 - Erratum B.S. 19.10.2002
          - Annulatie en vervanging (art. 45, W 02.05.2002) B.S.
          11.12.2002 - Inwerkingtreding (Art. 32, W 16.01.2003) B.S.
          05.02.2003 en (Art. 4, KB 02.04.2003) B.S. 06.06.2003.

Artikel 97


De besturen en de openbare instellingen, de stichtingen van openbaar nut en de private stichtingen, alle verenigingen of vennootschappen die in België hun voornaamste instelling, een bijhuis of een om 't even welke zetel van verrichtingen hebben, de bankiers, de wisselagenten, de wisselagentcorrespondenten, de zaakwaarnemers en de openbare of ministeriële ambtenaren die houders of schuldenaars zijn, uit welke hoofde ook, van effecten, sommen of waarden welke toekomen aan een erfgenaam, legataris, begiftigde of andere rechthebbende ingevolge het overlijden van een Rijksinwoner, mogen de teruggaaf, de betaling of de overdracht daarvan slechts doen na de echt en deugdelijk verklaarde lijst der effecten, sommen of waarden aan de daartoe aangewezen ambtenaar van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te hebben afgegeven.

Het eerste lid is van toepassing op de sommen, renten of waarden die na het overlijden worden verkregen ingevolge een contract bevattende een door de overledene gemaakt beding.

De bepalingen van artikel 96, tweede, derde en vierde lid, zijn van toepassing op de teruggaaf, betaling of overdracht van de in dit artikel bedoelde effecten, sommen, renten of waarden.

--------------------
Art. 97 : eerste lid, gewijzigd bij W 02.05.2002 (B.S. 18.10.2002),
          van toepassing vanaf 01.07.2003 - Erratum B.S. 19.10.2002
          - Annulatie en vervanging (art. 46, W 02.05.2002) B.S.
          11.12.2002 - Inwerkingtreding (Art. 32, W 16.01.2003)
          B.S. 05.02.2003 en (Art. 4, KB 02.04.2003) B.S. 06.06.2003.

Artikel 98


Wanneer het voorwerpen geldt die in een gesloten koffer, omslag of colli aan een der in artikel 97 bedoelde houders toevertrouwd werden, mogen na het overlijden van de deponent of van dezes echtgenoot, de koffer, de omslag of het colli aan de rechthebbenden slechts teruggegeven of op hun naam overgedragen worden na in tegenwoordigheid van de houder te zijn geopend, opdat deze de bij hetzelfde artikel voorgeschreven lijst zou kunnen opmaken.

De tweede alinea van artikel 96 wordt toepasselijk gemaakt op de hiervóór bedoelde koffers, omslagen en colli's.

Indien de lasthebber van de deponent of de wettelijke vertegenwoordiger van een onbekwame, na de dood van de lastgever of van de onbekwame en in de onwetendheid daarvan, zaken heeft teruggenomen die aan de houder in een gesloten koffer, omslag of colli werden toevertrouwd, ofwel de koffer, omslag of colli op naam van een derde heeft doen overdragen, dan is de lasthebber of de wettelijke vertegenwoordiger gehouden, zodra het overlijden van de lastgever of van de onbekwame hem bekend is, een overeenkomstig artikel 97 opgemaakte lijst van de in de koffer, omslag of colli vervatte zaken aan de bevoegde ambtenaar af te geven.

De door de houder overeenkomstig onderhavig artikel op te maken lijst mag worden vervangen door een getrouwe en nauwkeurige inventaris van de effecten, sommen, waarden of welke voorwerpen ook, die zich in de koffer, omslag of colli bevinden, inventaris opgemaakt door een notaris in de vormen bepaald door de artikelen 1175 tot 1184 van het Gerechtelijk Wetboek. De houder is niet verplicht bij het opmaken van de inventaris aanwezig te zijn.

Een ambtenaar van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen mag in elk geval aanwezig zijn bij het opmaken hetzij van de lijst, hetzij van de inventaris voorzien in voorgaande alinea. Daartoe is de houder, die de lijst moet opmaken, of de met de inventaris belaste notaris verplicht de daartoe aangewezen ambtenaar kennis te geven van plaats, dag en uur waarop die verrichting zal gebeuren. De kennisgeving moet geschieden bij aangetekende brief; met het opmaken van de lijst of de inventaris mag men niet beginnen vóór de vijfde dag na die waarop de brief van kennisgeving ter post werd besteld.

Artikel 99


Zo in de door artikelen 97 en 98 voorziene gevallen de gehouden zaken of de verschuldigde sommen volgens de overeenkomst mogen teruggegeven, betaald of overgedragen worden op order van een medebelanghebbende, is de houder of de schuldenaar verplicht:

1° een schriftelijk bewijs te bewaren van de gedane teruggaven, betalingen of overdrachten, met aanduiding van de datum er van;

2° zodra het overlijden van een der medebelanghebbenden of van de echtgenoot van een hunner hem bekend is:

a) overeenkomstig artikel 97 aan de bevoegde ambtenaar de lijst af te geven van de ten dage van het overlijden verschuldigde of gehouden sommen, effecten, waarden of voorwerpen;

b) de teruggave of de overdracht der gesloten koffers, omslagen of colli's waarvan hij houder is te weigeren alvorens aan de bevoegde ambtenaar de lijst der daarin vervatte voorwerpen te hebben afgegeven.

Elke medebelanghebbende die, na het overlijden van zijn echtgenoot, na het overlijden van één zijner medebelanghebbenden of dezes echtgenoot, de teruggave der gehouden voorwerpen, de betaling der verschuldigde sommen of de overdracht van het deposito of van de schuldvordering vraagt, moet vooraf het overlijden ter kennis van de houder of van de schuldenaar brengen.

Indien, na het overlijden van één der medebelanghebbenden of van dezes echtgenoot en in de onwetendheid van dit overlijden, één hunner een terugneming gedaan, een betaling ontvangen of een overdracht doen uitvoeren heeft, moet hij, zodra hij kennis heeft van het overlijden:

a) daarvan bericht geven aan de houder of aan de schuldenaar, die van dat ogenblik af verplicht is aan de bevoegde ambtenaar de lijst van de ten dage van het overlijden verschuldigde of gehouden sommen, effecten, waarden of voorwerpen af te geven;

b) een overeenkomstig artikel 97 opgemaakte lijst van de in de gesloten koffer, omslag of colli vervatte zaken aan de bevoegde ambtenaar afgeven.

De bepalingen van de laatste twee alinea's van artikel 98 zijn van toepassing wat betreft de aan de houder in een gesloten koffer, omslag of colli toevertrouwde zaken.

Artikel 100
De besturen en de openbare instellingen, de stichtingen van openbaar nut en de private stichtingen, alle verenigingen of vennootschappen die in België hun voornaamste instelling, een bijhuis of een om 't even welke zetel van verrichtingen hebben, de bankiers, de wisselagenten, de wisselagentcorrespondenten, de zaakwaarnemers en de openbare of ministeriële ambtenaren moeten aan de ambtenaren van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, met gebeurlijke rechtvaardiging van hun gelijkvormigheid en zonder verplaatsing, alle inlichtingen verschaffen welke dezen nodig achten om de juiste heffing der successierechten te verzekeren.

Artikel 101

Geen brandkast, in huur gehouden bij een persoon of bij een vereniging, gemeenschap of vennootschap die gewoonlijk brandkasten verhuurt, mag, na het overlijden van de huurder of van zijn echtgenoot, van één der medehuurders of van zijn echtgenoot, worden geopend tenzij in tegenwoordigheid van de verhuurder die er toe gehouden is, vóór de inbezetneming door de rechthebbenden, de echt en deugdelijk verklaarde lijst van alle in de kast berustende effecten, sommen, waarden en hoe ook genaamde voorwerpen op te maken en ze aan de daartoe aangewezen ambtenaar van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen af te geven. Deze lijst moet de effecten, sommen, waarden en hoe ook genaamde voorwerpen vermelden die zouden geborgen zijn in gesloten omslagen, colli's, dozen en koffertjes, welke zich in de brandkast bevinden.

De laatste twee alinea's van artikel 98 worden toepasselijk gemaakt.

Elke persoon die de brandkast wil openen of doen openen na het overlijden van de huurder of van dezes echtgenoot, van één der medehuurders of van dezes echtgenoot, moet vooraf het overlijden ter kennis van de verhuurder brengen.

Elke persoon die na het overlijden in de onwetendheid daarvan zaken heeft teruggenomen, welke in de brandkast voorhanden waren, is gehouden, zodra het overlijden hem bekend is, een overeenkomstig de eerste alinea van onderhavig artikel opgemaakte lijst der ten dage van de terugneming in de kast berustende zaken aan de bevoegde ambtenaar af te geven.

Artikel 102/1


De in artikel 97 aangeduide personen die houders zijn van gesloten koffers, omslagen of colli's en de verhuurders van brandkasten moeten:

1° een register houden, waarin worden ingeschreven in alfabetische orde: de personen die de beschikking hebben over gesloten koffers, omslagen of colli's; de huurders van brandkasten; desgevallend de echtgenoot van elk dezer personen.

De inschrijving bevat:

a) naam, voornamen of firma, en domicilie of zetel;

b) nummer of kenteken van de gesloten koffers, omslagen of colli's, of van de brandkasten;

2° een ander register houden, waarin de lasthebber of de medehuurder die toegang vraagt tot de gesloten koffer, omslag of colli of tot de brandkast bij elk bezoek zijn handtekening moet plaatsen.

In dit register worden ingeschreven naar volgorde van de datum, zonder wit vak of tussenruimte:

a) dag en uur van het bezoek;

b) nummer of kenteken waarover het gaat in 1°, litt. b, hierboven;

c) naam, voornamen en domicilie van de ondertekenaar;

3° door middel van een gedagtekend en ondertekend geschrift vaststellen of doen vaststellen:

a) de ontvangst van een gesloten koffer, omslag of colli of de terbeschikkingstelling van een brandkast;

b) het recht voor een lasthebber of vertegenwoordiger toegang te hebben tot de gesloten koffer, omslag of colli, of tot de brandkast;

c) de terugnemingen en overdrachten van de gesloten koffers, omslagen of collis; de overdrachten en verzakingen met betrekking tot de brandkasten.

Melding van deze verrichtingen en van hun datum moet worden gemaakt in margine van de overeenstemmende inschrijving in het in 1° van onderhavig artikel voorziene register;

4° de in onderhavig artikel voorziene registers en geschriften bewaren gedurende minstens vijf jaar, te rekenen vanaf hun sluiting voor de registers, vanaf het einde van het contract voor de in 3°, litt. a en b bedoelde geschriften en vanaf hun datum voor deze welke in 3°, litt. c, bedoeld zijn;

5° gezegde registers en geschriften zonder verplaatsing mededelen aan de aangestelden van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen.

Alvorens hun werkzaamheden aan te vangen moeten de verhuurders van brandkasten daarenboven de daartoe aangewezen ambtenaar, bij een in dubbel opgesteld geschrift, bericht geven van het feit dat zij brandkasten verhuren en de plaats nauwkeurig aanduiden waar de kasten zich bevinden.

Artikel 102/2


Voor de toepassing van onderhavig wetboek wordt met een verhuurder van brandkasten gelijkgesteld, elke persoon die in een onroerend goed dat hij betrekt de bewaking van meerdere brandkasten op zich neemt waarover derden te welken titel ook de beschikking hebben.

Wordt met hetzelfde doel gelijkgesteld met een huurder van een brandkast, elke Rijksinwoner die het recht bezit voor zichzelf gebruik te maken van een brandkast welke zich bevindt bij de verhuurder in de zin van vorige alinea.

Elke Rijksinwoner wordt geacht huurder te zijn van de brandkast(en) waartoe hij te welken titel ook toegang heeft, wanneer de verhuring werd toegestaan aan een rechtspersoon die geen zetel van verrichtingen in België bezit.

Worden als brandkasten aangezien, de kamers, galerijen en andere veiligheidsinrichtingen.

De brandkasten of inrichtingen met eigen afzonderlijk slot, die zich in een veiligheidskamer of galerij bevinden, dienen als afzonderlijke brandkasten beschouwd.

Artikel 102/3


Elke rechtspersoon die een zetel van verrichtingen in België bezit en huurder is van een brandkast welke hij ter private beschikking van een Rijksinwoner stelt, moet binnen de vijftien dagen bij aangetekende brief bericht geven van het feit aan de verhuurder en aan de daartoe aangewezen ambtenaar van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen.

De persoon die de beschikking heeft over de kast wordt geacht huurder te zijn.

Artikel 103/1


De beroepsverzekeraars die in België hun voornaamste instelling, een bijhuis, een vertegenwoordiger of een om 't even welke zetel van verrichtingen hebben, zijn er toe gehouden, binnen de maand na de dag waarop zij kennis hebben van het overlijden van een persoon of van de echtgenoot van een persoon, met wie zij één der verzekeringscontracten hebben afgesloten waarover het gaat in artikel 46, aan de daartoe aangewezen ambtenaar bericht te geven van het bestaan van het contract dat werd afgesloten hetzij met de overledene, hetzij met dezes echtgenoot, met aanduiding van:

1° naam of firma en domicilie van de verzekeraar;

2° naam, voornamen en domicilie van de verzekerde, alsook de datum van zijn overlijden of van het overlijden van zijn echtgenoot;

3° datum, nummer en duur van de van kracht zijnde polis of polissen en de waarde waarvoor de voorwerpen verzekerd zijn;

4° in geval van meerdere verzekeraars, op nauwkeurige wijze, de verscheidene medeverzekeraars.

Artikel 103/2


Het in artikelen 96 tot 103/1 gebruikt woord "echtgenoot" bedoelt niet de uit de echt of van tafel en bed gescheiden echtgenoot.

Artikel 104


De Koning neemt de nodige maatregelen opdat de gemeentebesturen bericht geven van de overlijdens aan de ontvangers der successierechten, en hun aanduiden, in zoverre bedoelde besturen ervan kennis hebben, of de overleden personen al dan niet roerende of onroerende goederen bezaten.