Wetboek successierechten

Strafbepalingen: Afdeling I : Fiscale boeten

Versie 2007 voor Vlaamse Gewest:

Artikel 123/1

Wanneer iemand verscheidene overtredingen gepleegd heeft, is hij bij cumulatie de op elk derzelve gestelde boeten verschuldigd.

Artikel 123/2

Valt de laatste dag van de termijn, voorzien voor de uitvoering van een formaliteit of voor een betaling, op een sluitingsdag van de kantoren, dan wordt deze termijn verlengd tot de eerste openingsdag der kantoren die volgt op het verstrijken van de termijn.

Artikel 124

Elke persoon, die de aangifte te laat inlevert, loopt individueel per maand vertraging een boete op van 25,00 EUR, vertraging waarbij elke begonnen maand voor een gehele maand wordt aangerekend. Het totaal dezer boeten mag het tiende van de door de overtreder verschuldigde rechten niet te boven gaan, noch minder dan 25,00 EUR bedragen.

Zo de verzuimde aangifte betrekking heeft op een nalatenschap of op een voorwerp niet vatbaar voor rechten, is er een boete van 25,00 EUR verschuldigd door elke overtreder, vijftien dagen nadat deze bij aangetekende brief aangemaand werd de aangifte in te leveren.

Artikel 125

De erfgenaam, legataris of begiftigde die ten achteren is met de betaling van de op een ingeleverde aangifte of een aanvaarde transactie verschuldigde rechten, loopt een boete op gelijk aan het tiende der verschuldigde rechten, indien de betaling der belasting niet gedaan is binnen vijftien dagen na de betekening van het te zijnen laste uitgevaardigd dwangbevel.

Artikel 126

De erfgenaam, legataris of begiftigde, die verzuimd heeft in België gelegen onroerende goederen of renten en schuldvorderingen aan te geven, die in de in België gehouden registers van de hypotheekbewaarders ingeschreven zijn, betaalt, boven de rechten, een gelijke som als boete.

Wanneer het verzuim andere goederen betreft, is de boete gelijk aan tweemaal de rechten.

Artikel 127

Wanneer er bevonden wordt dat de aangegeven waarde van aan de onder artikel 111 voorziene schatting onderworpen goederen te laag is, en dat het tekort gelijk is aan of hoger is dan het achtste van het totaal der waarderingen van de gecontroleerde goederen, zoals zij in de aangifte vermeld zijn, is er een boete gelijk aan de bijkomende rechten verschuldigd.

Wanneer het daarentegen gaat om niet aan schatting onderworpen goederen en er vastgesteld wordt dat hun waarde niet verklaard werd overeenkomstig de bepalingen van dit wetboek, moet de belasting gekweten worden op het bedrag van het tekort; bovendien, wordt een boete opgelopen gelijk aan twee maal de rechten.

Artikel 128

Een boete gelijk aan het tweevoud van het ontdoken recht wordt verbeurd door de erfgenaam, legataris of begiftigde :

1° die ten nadele van de Staat een legaat, een schenking, een graad van verwantschap of de leeftijd van de persoon op wiens hoofd een vruchtgebruik is gevestigd, verzwijgt of onjuist aangeeft;

2° die schulden aangeeft die niet ten laste van de nalatenschap komen of die in het geval vermeld in artikel 42, VIII, tweede zin, nalaat te vermelden dat een opgegeven schuld werd aangegaan met als doel de gezinswoning te verwerven of te behouden;

3° die een onjuiste aangifte doet omtrent het aantal kinderen van de rechtsopvolgers van de overledene;

4° die verzuimt de in artikel 42, VIIIbis en X bedoelde vermeldingen in de aangifte op te nemen of die dienaangaande een onjuiste of onvolledige vermelding maakt.

--------------------
Art. 128 : gewijzigd bij art. 5, W.07.03.2002 (B.S.19.03.2002) uitwerking
           met ingang van 01.01.2002;
           2° vervangen bij art. 5, D 07.07.2006 (B.S.,
           20.09.2006), met ingang van 01.01.2007.

Artikel 129

In het geval van artikel 83, zo er bewezen is dat de in betaling aangeboden titels niet onder de nalatenschap behoorden, wordt er door de belanghebbenden een boete opgelopen gelijk aan twee maal de som die aan de Staat zou kunnen onttrokken geworden zijn.

Artikel 130

Voor elke overtreding van de artikelen 34, 95 tot 97, 99 en 103/1 wordt een boete verbeurd van 250,00 EUR tot 500,00 EUR, voor elke overtreding van artikel 46 een boete van 25,00 EUR tot 250,00 EUR en voor elke overtreding van de artikelen 98, 100, 101, 102/1 en 107 een boete van 250,00 EUR tot 2.500,00 EUR. Deze boeten worden verbeurd door iedere overtreder afzonderlijk.

Voor het niet verrichten van de in artikel 102/3 voorgeschreven kennisgeving, binnen de aldaar gestelde termijn, wordt een boete verbeurd van 500,00 EUR tot 10.000,00 EUR, waarvoor de rechtspersoon en degenen die in zijn naam de brandkast ter beschikking van de derde hebben gesteld, hoofdelijk aansprakelijk zijn.

Degenen die deze boeten verbeuren, zijn bovendien persoonlijk aansprakelijk voor de rechten en, in voorkomend geval, voor de rente, boete en kosten die ten gevolge van de overtreding niet konden worden geïnd.

Het bedrag van de boeten wordt binnen bovenbedoelde grenzen vastgesteld door de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen.

Artikel 131

De partijen worden vrijgesteld van de boeten voorzien in de artikelen 126 tot 128, indien zij bewijzen dat zij niet in fout zijn.

Artikel 132

In geval van overlijden van een persoon die een evenredige boete opgelopen heeft, kan zijn erfgenaam, legataris of begiftigde niet gehouden zijn uit hoofde dezer boete tot de betaling van een som hoger dan de helft van de rechten, ten ware hij persoonlijk aan de overtreding medegeholpen heeft.