Wetboek successierechten

Strafbepalingen: Afdeling I : Fiscale boeten

Versie 2007 voor Vlaamse Gewest:

Afdeling II : Correctionele straffen

Artikel 133

Onverminderd de fiscale geldboeten, wordt hij die met bedriegelijk opzet of met het oogmerk te schaden, de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten overtreedt, gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar en met geldboete van 250,00 EUR tot 12.500,00 EUR of met één van die straffen alleen.

Artikel 133bis

Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van 250,00 EUR tot 12.500,00 EUR of met één van die straffen alleen wordt gestraft hij die, met het oogmerk om een van de in artikel 133 bedoelde misdrijven te plegen, in openbare geschriften, in handelsgeschriften of in private geschriften valsheid pleegt, of die van een zodanig vals geschrift gebruik maakt.

Hij die wetens en willens een vals getuigschrift opstelt dat de belangen van de schatkist kan schaden of die van een dergelijk getuigschrift gebruik maakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar en met geldboete van 250,00 EUR tot 12.500,00 EUR  of met één van die straffen alleen.

Artikel 133ter


§ 1. Wanneer de beoefenaar van een van de volgende beroepen:

1° belastingadviseur;

2° zaakbezorger;

3° deskundige in belastingzaken of in boekhouden;

4° of enig ander beroep dat tot doel heeft voor een of meer belastingplichtigen boek te houden of te helpen houden, ofwel voor eigen rekening ofwel als hoofd, lid of bediende van enigerlei vennootschap, vereniging, groepering of onderneming;

5° of, meer in het algemeen, het beroep dat erin bestaat een of meer belastingplichtigen raad te geven of bij te staan bij het vervullen van de verplichtingen opgelegd bij dit Wetboek of bij de ter uitvoering ervan vastgestelde besluiten, wordt veroordeeld wegens een van de misdrijven bedoeld in de artikelen 133 en 133bis, kan het vonnis hem verbod opleggen om gedurende drie maanden tot vijf jaar, rechtstreeks of onrechtstreeks, de hiervoren bedoelde beroepen op welke wijze ook uit te oefenen.

De rechter kan bovendien, mits hij zijn beslissing op dat stuk motiveert, voor een duur van drie maanden tot vijf jaar de sluiting bevelen van de inrichtingen van de vennootschap, vereniging, groepering of onderneming waarvan de veroordeelde hoofd, lid of bediende is.

§ 2. Het verbod en de sluiting bedoeld in § 1 treden in werking vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is gegaan.

Artikel 133quater


Hij die, rechtstreeks of onrechtstreeks, het verbod of de sluiting, uitgesproken krachtens artikel 133ter overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar en geldboete van 250,00 EUR tot 12.500,00 EUR of met één van die straffen alleen.

Artikel 133quinquies


§ 1. Alle bepalingen van het Eerste Boek van het Strafwetboek, met inbegrip van artikel 85 zijn van toepassing op de misdrijven bedoeld in de artikelen 133, 133bis en 133quater.

§ 2. (Opgeheven)

§ 3. De wet van 5 maart 1952, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1969 en 25 juni 1975, betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten, vindt geen toepassing op de misdrijven bedoeld in de artikelen 133, 133bis en 133quater.

§ 4. (Opgeheven)

Artikel 133sexies


De natuurlijke personen of rechtspersonen zijn burgerlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de geldboeten en kosten die het gevolg zijn van de veroordelingen welke krachtens de artikelen 133 tot 133quater tegen hun aangestelden of beheerders, zaakvoerders of vereffenaars zijn uitgesproken.

Artikel 133septies


De rechter kan bevelen dat ieder vonnis of arrest houdende veroordeling tot een gevangenisstraf, uitgesproken krachtens de artikelen 133, 133bis en 133quater wordt aangeplakt in de plaatsen die hij bepaalt, en eventueel bij uittreksel, wordt bekendgemaakt op de wijze die hij bepaalt, een en ander op kosten van de veroordeelde.

Hetzelfde kan gelden voor iedere krachtens artikel 133ter uitgesproken beslissing tot verbod van het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid in België of tot sluiting van de in het land geëxploiteerde inrichtingen.

Artikel 133octies


De schending van het bij artikel 146bis bepaalde beroepsgeheim wordt gestraft overeenkomstig de artikelen 66, 67 en 458 van het Strafwetboek.

Artikel 133nonies


§ 1. De strafvordering wordt uitgeoefend door het openbaar ministerie.

§ 2. Het openbaar ministerie kan echter geen vervolging instellen indien het kennis heeft gekregen van de feiten tengevolge van een klacht of een aangifte van een ambtenaar die niet de machtiging had waarvan sprake is in artikel 29, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering.

§ 3. Tenzij de procureur des Konings met de feiten bekend is geraakt ingevolge een klacht die is ingediend of een aangifte die is gedaan door ambtenaren van de belastingbesturen van het Ministerie van Financiën die daartoe behoorlijk gemachtigd zijn, en indien hij een vervolging instelt wegens feiten die naar luid van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten strafrechtelijk strafbaar zijn, kan hij het advies vragen van de bevoegde gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen. De procureur des Konings voegt het feitenmateriaal waarover hij beschikt bij zijn verzoek om advies; de gewestelijke directeur dient binnen vier maanden na de ontvangst van het aan hem gerichte verzoek hierop te antwoorden.

In geen geval schorst het verzoek om advies de strafvordering.

§ 4. Indien, vóór het sluiten van de debatten voor een strafrechter, bij een andere gerechtelijke overheid een geschil aanhangig wordt gemaakt over de toepassing van een bepaling van dit Wetboek of van een ter uitvoering ervan genomen besluit, moet de rechter bij wie de strafvordering aanhangig is, indien de oplossing van het geschil hem van die aard schijnt te zijn dat ze een invloed kan hebben op de strafvordering, de uitspraak over de tenlasteleggingen of over één ervan uitstellen totdat aan het geschil een einde is gemaakt door een in kracht van gewijsde gegane beslissing. Tijdens dat uitstel is de verjaring van de strafvordering geschorst.

§ 5. Opgeheven

-------------------
Art. 133 nonies : § 4 opgeheven bij art. 72, W.15.03.1999 met ingang van
06.04.1999. (§ 4 blijft van toepassing, ingeval een rechter bij wie de
strafvordering aanhangig is, met toepassing van deze bepaling besloten
heeft de uitspraak over een of meerdere tenlasteleggingen uit te
stellen.)

Artikel 133decies


De ambtenaren van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen en van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie mogen, op straffe van nietigheid van de akte van rechtspleging, slechts als getuige worden gehoord.

Het eerste lid is niet van toepassing op de krachtens artikel 71 van de wet van 28 december 1992 bij het parket gedetacheerde ambtenaren van die administraties.

Het eerste lid is evenmin van toepassing op de ambtenaren van die administraties die, krachtens artikel 31 van de wet van 30 maart 1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit, ter beschikking zijn gesteld van de federale politie.

--------------------
Art. 133decies : gewijzigd bij art. 7, W.13.03.2002 (B.S.29.03.2002)
                 uitwerking met ingang van 01.01.2001.