Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

KB van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten

De bijlage bij dit KB zoals vervangen bij art. 2 K.B. 27 augustus 1993 (B.S., 21 september 1993), met ingang van 26 juli 1993 (art. 3). De bepalingen uit deze bijlage milderen anno 2006 voor heel Belgie in grote mate de zware boeten voorzien in artikel 41 W. Reg.

  Aard van de overtreding  Bedrag van de verminderde boete of vermeerdering 

   I. 

   Laattijdige registratie: 
 
  A. overtreding bedoeld in artikel 41, 1° van het Wetboek   bedrag van de wettelijke intrest, berekend op de rechten vanaf het verstrijken van de registratietermijn, met minimum 1/10 en maximum 1/2 van die rechten 
  B. Overtreding bedoeld in artikel 41, 2° van het Wetboek:  
  1. indien binnen de maand geen gevolg werd gegeven aan het verzoek tot betaling van de rechten  
   geen vermindering 
  2. in de andere gevallen  
   volledige kwijtschelding 

   II. 

   Laattijdige betaling: 
 
   Overtreding bedoeld in artikel 41, 3° van het Wetboek: 

   bedrag van de wettelijke intrest, berekend vanaf het verstrijken van de betalingstermijn, op het bedrag van de laattijdige betaalde rechten met minimum 1/10 en maximum 1/2 van die rechten 

   III. 

   Kleine landeigendommen en bescheiden woningen: 
 
  A. Onjuiste vermeldingen (art. 59 van het Wetboek):    
  1. inzake het bezit van een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd (art. 55, 1e lid, 2°, c)
   1/5 van de aanvullende rechten 
  2 inzake de reeds bezeten onroerende goederen (art.55, 1er lid, 2°, a)  
  a) de onjuiste vermelding heeft betrekking op onverdeelde delen in blote eigendom  
   1/10 van de aanvullende rechten 
  b) in alle andere gevallen  
   1/5 van de aanvullende rechten 
  B. Niet-naleving van de verplichting tot uitbating (vermeerdering bedoeld in art. 61/1 van het Wetboek:  
   vermeerdering teruggebracht op het bedrag van de wettelijke intrest, berekend op de aanvullende rechten vanaf de datum van registratie van de akte van verkrijging, met maximum 1/2 van die rechten 

   IV. 

   Handelaars in onroerende goederen: 
  A. Aankoop van landeigendommen waarvan de verkoopwaarde het minimum, bepaald in artikel 62, 2° lid niet overschrijdt (art. 63/2 van het Wetboek):  
   1/4 van de aanvullende rechten 
  B. Laattijdige aanbieding van de verklaring bedoeld in artikel 68 (art. 68 van het Wetboek):  
   bedrag van de wettelijke intrest, berekend op de aanvullende rechten vanaf het verstrijken van de aanbiedingstermijn, met minimum 1/10 en maximum 1/2 van die rechten 
  C. Niet-uitoefening van het aangegeven beroep (art. 71 van het Wetboek):  
   bedrag van de wettelijke intrest, berekend, per afzonderlijke akte van verkrijging vanaf de datum van zjn registratie, op de aanvullende rechten, zonder dat dat bedrag minder dan 1/10 en meer dan 1/2 van deze rechten mag bedragen per akte 

   V. 

   Ruil van ongebouwde landeigendommen: 
  A. Onder- of overschatting van de kavels (art. 731 van het Wetboek):  
   1/4 van de aanvullende rechten 
  B. Onjuiste verklaring inzake het gebruik van de geruilde goederen (art. 732 van het Wetboek):  
   1/5 van de aanvullende rechten 

   VI. 

   Schenkingen: 
 
   Onjuiste verklaringen bedoeld in de artikelen 136, 1381 en 139 van het Wetboek: 

   1/5 van de aanvullende of bijkomende rechten 

   VII. 

   Verkoop onder het BTW-stelsel: 
 
   Onjuiste verklaringen (art. 159, 8°, van het Wetboek): 

   1/5 van de aanvullende rechten 

   VIII. 

   Tekort in de waardering: 
  A. Aan de controleschatting onderworpen goederen (art. 201 van het Wetboek):  
  1. Registratierechten andere dan het schenkingsrecht:  
  a) tekort niet hoger dan 1/4 van de prijs of de aangegeven waarde  
   1/10 van de bijkomende rechten 
  b) tekort hoger dan 1/4 van de prijs of de aangegeven waarde zonder 1/2 daarvan te overschrijden  
   1/5 van de bijkomende rechten 
  c) tekort hoger dan 1/2 van de prijs of de aangegeven waarde zonder de geheelheid daarvan te overschrijden  
   1/4 van de bijkomende rechten 
  d) tekort hoger dan de prijs of de aangegeven waarde  
   1/3 van de bijkomende rechten 
  2. Schenkingsrecht:  
  a) tekort niet hoger dan 1/4 van de aangegeven waarde  
   1/20 van de bijkomende rechten 
  b) tekort hoger dan 1/4 van de aangegeven waarde zonder 1/2 daarvan te overschrijden  
   1/10 van de bijkomende rechten 
  c) tekort hoger dan 1/2 van de aangegeven waarde zonder de geheelheid daarvan te overschrijden  
   1/6 van de bijkomende rechten 
  d) tekort hoger dean de aangegeven waarde  
   1/4 van de bijkomende rechten 
  B Niet aan de controleschatting onderworpen goederen (art. 202, 1e lid, van het Wetboek):  
   boete verminderd volgens de schaal VIII, A, 2 

   IX. 

   Onjuiste verklaringen bedoeld in artikel 202, 2° lid van het Wetboek: 

   1/5 van de bijkomende rechten 

   X. 

   Prijsbewimpeling - Veinzing. Vermindering van de boete in de uitzonderingsgevallen bepaald in art. 205 in fine van het Wetboek

   bedrag van de wettelijke intrest, berekend op de ontdoken rechten vanaf de datum waarop de rechtsvordering van de Staat is ontstaan met maximum 1/2 van die rechten 

   XI. 

   Laattijdige registratie van brieven van adeldom en van vergunningen tot verandering van naam of voornaam (art. 253 van het Wetboek): 

   boete verminderd volgens de schaal I, A. 

   XII. 

   Onregelmatigheden begaan door de instrumenterende openbare officier of ambtenaar bij openbare verkopen (art. 253van het Wetboek): 

   eenmaal de rechten 
 
   Afwezigheid van een openbare officier (art. 233 van het Wetboek): 

   tweemaal de rechten]] 

 

2747.com / law / Fiscaal recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht

 

In 1993 heeft de Belgische regering bij KB de regeling inzake vermindering van proportionele boeten aangepast.

In 2004 heeft de Vlaamse Regering een tweede bijlage toegevoegd aan het KB van 11 januari 1940.

Koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

(B.S., 21 september 1993)

Art. 1 Artikel 15 van het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 30 januari 1987, wordt aangevuld met het volgende lid:

Art. 2 De bijlage bij het koninklijk besluit van 30 januari 1987 tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten wordt vervangen door de bijlage bij dit besluit en bij het bovenvermelde koninklijk besluit van 11 januari 1940 gevoegd.

Art. 3 Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 26 juli 1993.

Art. 4 Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage: hierboven weergegeven.

 

2747.com / law / Fiscaal recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht