Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

KB van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten

Tweede bijlage ingevoegd voor het Vlaamse Gewest bij art. 2 B. Vl. Reg. 14 mei 2004 (B.S., 6 augustus 2004), met ingang van 6 augustus 2004 (art. 3).

Aard van de overtreding  Bedrag van de verminderde boete 
I. Vermindering van de heffingsgrondslag (abattement):  
   1/2 van de aanvullende rechten 
A. Onjuiste vermelding inzake het bezit van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd (art. 46bis, vierde lid W.Reg.)    
B. Niet-naleving van de verplichting tot vestiging van de hoofdverblijfplaats (art. 46bis, vijfde lid W.Reg.):    
1. Ingeval van vermindering van de heffingsgrondslag bij de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding heeft gegeven  
   1/2 van de aanvullende rechten 
2. ingeval van vermindering van de heffingsgrondslag achteraf ingevolge toepassing van artikel 212ter W.Reg.  
   1/2 van de aanvullende rechten 
II. Meeneembaarheid:  
   1/3 van de aanvullende rechten 
A. Onjuiste vermelding van de registratierelazen en/of van het wettelijk aandeel in de rechten (art. 615 en art. 614, eerste lid, 2 / art. 212bis, zesde lid, 2 en achtste lid W.Reg.)    
B. Onjuiste verklaring betreffende de hoofdverblijfplaats ten tijde van de verkoop (art. 615 en art. 614, eerste lid, 3, a) W.Reg.) / ten tijde van de nieuwe aankoop (art. 212bis, zesde lid, 3, a), en achtste lid W.Reg).  
   1/5 van de aanvullende rechten 
C. Niet-naleving van de verplichting tot vestiging van de hoofdverblijfplaats:    
1. Primaire vorm van meeneembaarheid:    
a) Boete van art. 615 en art. 614, eerste lid, 3, b) W.Reg.  
   Bedrag van de wettelijke intrest berekend op de aanvullende rechten vanaf de datum van registratie van het document dat tot heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding heeft gegeven, met maximum 1/2 van die rechten.
   Bedrag van de wettelijke intrest berekend op de ten onrechte teruggegeven rechten vanaf de datum van de ordonnancering van de teruggave van deze rechten, met maximum 1/2 van die rechten.
   Bedrag van de wettelijke intrest berekend op de onrechtmatige teruggegeven rechten vanaf de datum van de ordonnancering van de teruggave van deze rechten, met maximum 1/2 van die rechten 
b) boete van art. 212bis, achtste lid en zesde lid, 3, b) W.Reg.    
2. secundaire vorm van meeneembaarheid (ingevolge toepassing van artikel 212ter W.Reg.).    
III. Schenking van bouwgrond
   Onjuiste verklaring betreffende de bestemming van de grond (artikel 140undecies W.Reg.) 

   1/3 van de aanvullende rechten 
IV. Verlaagd tarief van artikel 53, eerste lid, 2, W.Reg. Gebrek aan inschrijving binnen de termijn en gedurende de tijd bepaald in artikel 60, tweede lid (artikel 611, tweede lid) W.Reg.  
   1/3 van de aanvullende rechten] 

 

2747.com / law / Fiscaal recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht

 

KB van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten

Artikel 11 van het KB van 11 januari 1940 werd in 2004 aangepast voor het Vlaamse Gewest. Daarbij werd een tweede bijlage (hierboven) toegevoegd aan het KB.

 

2747.com / law / Fiscaal recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht