Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

Artikel 159 Belgische Wetboek van registratierechten anno 2006 (zoals laatst gewijzigd in 1994):

Afdeling XX : Akten vrijgesteld van het evenredig recht en onderhevig aan het algemeen vast recht

Artikel 159 Worden van het evenredig recht vrijgesteld en aan het algemeen vast recht onderworpen:

Commandverklaring

2° De toewijzing bij rouwkoop

8° Verkoop onder BTW

13° De woninghuurovereenkomst

14° Sommige inbrengen in vennootschap

Zie : law - tax - sale : overdrachten

2747.com / law / Fiscaal recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht

 

Artikel 159 Belgische Wetboek van registratierechten anno 2006 (zoals laatst gewijzigd in 1994):

Afdeling XX : Akten vrijgesteld van het evenredig recht en onderhevig aan het algemeen vast recht

Artikel 159 Worden van het evenredig recht vrijgesteld en aan het algemeen vast recht onderworpen:

1° de aanwijzing van lastgever, op voorwaarde : a) dat het vermogen om een lastgever aan te wijzen in de akte van toewijzing of koop voorbehouden is; b) dat de aanwijzing bij authentieke akte geschied is; c) dat zij bij exploot van gerechtsdeurwaarder aan de ontvanger der registratie betekend wordt of dat de akte ter formaliteit aangeboden wordt uiterlijk op de eerste werkdag na de dag van de toewijzing of van het contract. Bij niet-voldoening aan deze voorwaarden wordt de aanwijzing van lastgever voor de toepassing van dit wetboek als wederverkoop beschouwd. Met afwijking van het vorenstaande : a) moet de aanwijzing van lastgever, bij toewijzingen die wettelijk gedaan zijn onder de schorsende voorwaarde van ontstentenis van opbod, om van het evenredig recht vrijgesteld te zijn, gedaan worden vóór de notaris die de toewijzing gedaan heeft of hem betekend worden uiterlijk op de eerste werkdag na die waarop de wettelijke termijn voor opbod verstrijkt; b) moet de aanwijzing van lastgever, in geval van toewijzing ten gevolge van hoger bod op vrijwillige vervreemding van onroerende goederen, om van het evenredig recht vrijgesteld te zijn, gedaan worden vóór de notaris die de toewijzing heeft gedaan of hem betekend worden uiterlijk op de eerste werkdag na de dag van de toewijzing. In die gevallen wordt de aanwijzing ingeschreven of vermeld onderaan het proces-verbaal van toewijzing zonder dat zij aan de ontvanger der registratie behoeft te worden betekend;

2° de toewijzingen naar aanleiding van rouwkoop, van roerende of onroerende goederen, wanneer zij geen aanleiding geven tot de heffing van een hoger evenredig recht dan datgene geheven op de vorige toewijzing. In het tegenovergesteld geval wordt laatstbedoeld recht afgerekend van het bedrag van de belasting waartoe de daarop volgende toewijzing aanleiding geeft. Hetzelfde regime is van toepassing op de toewijzingen naar aanleiding van prijsverhoging in de gevallen waarin het voorbehoud van prijsverhoging geen schorsende voorwaarde uitmaakt;

3° de overeenkomsten die strekken tot de overdracht van het vruchtgebruik op de blote eigenaar, wanneer het evenredig registratierecht of het successierecht door de blote eigenaar of door een vorige blote eigenaar, zijn rechtsvoorganger, op de waarde van de volle eigendom werd voldaan; 4° (opgeheven) 5° en 6° (opgeheven)

7° de overdragende of aanwijzende overeenkomsten, andere dan de inbrengen onderworpen aan het in artikel 115bis bepaalde recht, die buitenslands gelegen onroerende goederen tot voorwerp hebben, zomede de huurcontracten van dergelijke goederen;

8° de overdragende of aanwijzende vervreemdingen onder bezwarende titel, andere dan die welke aan het in artikel 115bis bepaalde recht onderworpen zijn, van op te richten, in oprichting zijnde of nieuw opgerichte gebouwen, op voorwaarde dat de belasting over de toegevoegde waarde opeisbaar is voor de levering van de vervreemde gebouwen; de vestigingen, overdrachten of wederoverdrachten van de zakelijke rechten bedoeld in artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde met betrekking tot op te richten, in oprichting zijnde of nieuw opgerichte gebouwen, op voorwaarde dat de belasting over de toegevoegde waarde opeisbaar is op de vestiging of de overdracht van deze rechten. De vrijstelling geldt niet voor de grond begrepen in de overeenkomst. Wanneer de gebouwen samen met de grond waarop zij staan voor een enige prijs worden vervreemd, wordt het evenredig recht wegens de vervreemding van de grond berekend over de verkoopwaarde van de grond, geraamd op het tijdstip van de vervreemding, doch met inachtneming van de staat van de grond vóór de aanvang van het werk. Wanneer de vestiging of de overdracht van de in het eerste lid bedoelde zakelijke rechten tevens betrekking heeft op de grond waarop de gebouwen staan en voor een enige prijs gebeurt, wordt het evenredig recht wegens de vestiging of de overdracht van die rechten op de grond, berekend over de waarde van die rechten, geraamd op het tijdstip van de vestiging of de overdracht, doch met inachtneming van de staat van de grond vóór de aanvang van het werk. In die gevallen worden de gegevens nodig voor de berekening van de rechten opgegeven in een verklaring als omschreven in artikel 168. Indien de overeenkomst betrekking heeft op het vruchtgebruik of de blote eigendom van de grond, wordt de belastbare grondslag bepaald op de wijze vermeld in de artikelen 47 tot 50. De bepalingen van dit 8° zijn alleen toepasselijk, indien in de akte of in een vóór de registratie bij de akte te voegen geschrift worden vermeld : a) de datum van de eerste ingebruikneming of inbezitneming van het gebouw waarop de overeenkomst betrekking heeft; b) het kantoor waar de belastingplichtige de aangifte moet indienen voor de heffing van de belasting over de toegevoegde waarde; c) wanneer de overeenkomst het werk is van een andere dan in artikel 12, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde belastingplichtige, de datum waarop hij kennis heeft gegeven van zijn bedoeling de verrichting te doen met betaling van de belasting over de toegevoegde waarde. In geval van onjuistheid van die vermeldingen verbeurt de cedent een boete gelijk aan het ontdoken recht.

9° de contracten tussen de Algemene Spaar- en Lijfrentekas en de leden van de landbouwkantoren verleden, met betrekking tot de waarborg door deze laatsten verstrekt;

10° de contracten van onroerende financieringshuur bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, b, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde;

11° de inbreng van goederen in een samenwerkingsverband beheerst, door de wet van 17 juli 1989 betreffende de economische samenwerkingsverbanden of in Europese economische samenwerkingsverbanden;

12° de teruggave van de onroerende goederen aan de leden van een economisch samenwerkingsverband of van Europese economische samenwerkingsverbanden die deze goederen hebben ingebracht, wanneer de teruggave gebeurt tengevolge van de uittreding van deze leden of de ontbinding van het samenwerkingsverband. Indien onroerende goederen verkregen worden in andere omstandigheden dan deze voorzien in het vorige lid, is voor deze verkrijging, hoe zij ook gebeurt, het voor verkopingen bepaalde recht verschuldigd.

13° de contracten van huur, onderhuur of overdracht van huur van onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen die uitsluitend bestemd zijn tot huisvesting van een gezin of van één persoon.

14° de inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning aangewend worden of bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in burgerlijke vennootschappen of handelsvennootschappen met zetel van werkelijke leiding en statutaire zetel buiten België, of met statutaire zetel in België doch met zetel van werkelijke leiding op het grondgebied van één van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap. Deze vrijstelling geldt voor zover de inbreng met maatschappelijke rechten wordt vergolden. Indien de inbreng zowel in België gelegen onroerende goederen als andere goederen omvat wordt, niettegenstaande elk strijdig beding, de vergelding die anders dan door toekenning van maatschappelijke rechten geschiedt, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend. In de mate dat de inbreng betrekking heeft op in België gelegen onroerende goederen wordt hij onderworpen aan het recht voorgeschreven voor verkopingen. In geval van onjuiste verklaring betreffende de aanwending of de bestemming van het onroerend goed, worden de bijvoegelijke rechten opeisbaar en verbeurt iedere partij een boete gelijk aan de rechten.

 

2747.com / law / Fiscaal recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht