Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

Hoofdstuk VI : Kosteloze registratie

Artikel 161

Worden kosteloos geregistreerd:
1°     akten in der minne verleden ten name of ten bate van Staat, Kolonie en openbare Staatsinstellingen, met uitzondering van de akten verleden in naam of ten gunste van de Algemene Spaar- en Lijfrentekas voor de verrichtingen van de Spaarkas ;
      De akten in der minne, die betrekking hebben op onroerende goederen die uitsluitend bestemd zijn voor onderwijs, verleden ten name of ten bate van de inrichtende machten van het gemeenschapsonderwijs of het gesubsidieerd onderwijs, alsook ten name of ten bate van verenigingen zonder winstoogmerk voor patrimoniaal beheer die tot uitsluitend doel hebben onroerende goederen ter beschikking te stellen voor onderwijs dat door de voornoemde inrichtende machten wordt verstrekt.
      De akten in der minne verleden ten name of ten bate van de naamloze vennootschap van publiek recht HST-Fin.
      De akten in der minne verleden ten name of ten bate van de naamloze vennootschap A.S.T.R.I.D.
      De akten verleden ten name of ten bate van de naamloze vennootschap BIO.
      Hetzelfde geldt - met uitzondering van akten houdende schenking onder de levenden - voor akten verleden ten name of ten bate van de Nationale Maatschappij voor de huisvesting , de Nationale Landmaatschappij en de Nationale Maatschappij van Belgische spoorwegen.
      Deze beschikking is echter slechts van toepassing op de akten waarvan de kosten wettelijk ten laste van bedoelde organismen vallen;
1° bis     de vonnissen en arresten houdende veroordeling van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten, van de openbare instellingen die zijn opgericht door de Staat, en van de inrichtingen van de Gemeenschappen en de Gewesten;
2°     overdrachten in der minne van onroerende goederen ten algemenen nutte, aan Staat, provinciën, gemeenten, openbare instellingen en aan alle andere tot onteigening gerechtigde organismen of personen; akten betreffende de wederafstand na onteigening ten algemenen nutte in de gevallen waarin hij bij de wet toegelaten is; akten tot vaststelling van een ruilverkaveling of een herverkaveling verricht met inachtneming van de bepalingen van hoofdstuk VI van titel I van de wet houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedebouw; de akten van overdracht van een afgedankte bedrijfsruimte aan de Staat of een andere publiekrechtelijke rechtspersoon ;
3°     de akten houdende oprichting, wijziging, verlenging of ontbinding van de Nationale Maatschappij der waterleidingen, van de verenigingen overeenkomstig de bepalingen der wetten van 18 augustus 1907 en van 1 maart 1922 gevormd, van de Maatschappij voor het intercommunaal vervoer te Brussel, van de maatschappijen voor tussengemeentelijk vervoer beheerst door de wet betreffende de oprichting van maatschappijen voor stedelijk gemeenschappelijk vervoer, van de Federale Investeringsmaatschappij , de gewestelijke investeringsmaatschappijen en van de Belgische Naamloze Vennootschap tot Exploitatie van het Luchtverkeer (Sabena);
4°     akten die, bij toepassing van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de overgave vaststellen van goederen aan of de inbreng in openbare centra voor maatschappelijk welzijn ofwel de overgave van goederen aan of de inbreng in op grond van voornoemde wet opgerichte verenigingen, evenals akten houdende verdeling, na ontbinding of splitsing van een bovenbedoelde vereniging;
5°     waarmerkingen en akten van bekendheid, in de gevallen bedoeld in artikel 139 van de hypotheekwet van 16 december 1851;
6°     akten houdende verkrijging door vreemde Staten van onroerende goederen die bestemd zijn tot vestiging van hun diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in België, of voor de woning van het hoofd der standplaats.
      De kosteloosheid is echter ondergeschikt aan de voorwaarde dat wederkerigheid aan de Belgische Staat toegekend wordt;
7°     de akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering van de wet houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen in der minne;
8°      ... ;
9°     akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering der wet op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet en der wet houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken ;
10°     akten tot vaststelling van een vereniging van kolenmijnconcessies, een afstand, een uitwisseling of een verpachting van een gedeelte van deze concessies.
      De kosteloosheid is ondergeschikt aan de voorwaarde dat een eensluidend verklaard afschrift van het koninklijk besluit, waarbij de verrichting toegelaten of bevolen wordt, aan de akte gehecht is op het ogenblik der registratie.
      Het eerste lid is mede van toepassing wanneer bedoelde akten terzelfdertijd de afstand vaststellen van goederen die voor de exploitatie van de afgestane concessie of het afgestane concessiegedeelte worden gebruikt;
11°     het in artikel 140bis, § 2, bedoelde attest;
12°    de in artikel 19, 3°, a), bedoelde akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur;
13°     de overeenkomsten bedoeld in artikel 132bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

--------------------
Art. 161 : Enig lid:
           – 1° gewijzigd bij art. 7, W 13.08.1947
             (B.S., 17.09.1947), bij art. 55,
             W 22.07.1970 (B.S., 04.09.1970, err.,
             B.S., 11.12.1970), bij art. 6, KB nr. 3,
             24.12.1980 (B.S., 31.12.1980), bij
             art. 14, W 17.03.1997 (B.S., 02.04.1997),
             bij art. 15, W 08.06.1998 (B.S., 13.06.1998),
             met ingang van 13.06.1998, bij art. 10,
             W 03.11.2001 (B.S., 17.11.2001), met ingang
             van 17.11.2001 en bij art. 2, W 05.12.2001
             (B.S., 19.12.2001);
           – 1°bis ingevoegd bij art. 169, W 22.12.1989
             (B.S., 29.12.1989), met ingang van 01.01.1990;
           – 2° vervangen bij art. 13, W 12.07.1960
             (B.S., 09.11.1960), met ingang van 01.01.1961,
             gewijzigd bij art. 70, W 29.03.1962
             (B.S., 12.04.1962) en bij art. 16, A,
             W 27.06.1978 (B.S., 24.08.1978);
           – 3° vervangen bij art. 103, C, W 04.08.1978
             (B.S., 17.08.1978) en gewijzigd bij art. 11,
             W 04.04.1995 (B.S., 23.05.1995);
           – 4° vervangen bij art. 145, 2°, W 08.07.1976
             (B.S., 05.08.1976) en gewijzigd bij art. 71,
             W 05.08.1992 (B.S., 8.10.1992);
           – 5° vervangen bij art. 393, W 24.12.2002
             (B.S., 31.12.2002);
           – 6° vervangen bij art. 1, W 28.02.1957
             (B.S., 07.03.1957);
           – 7° vervangen bij art. 62, 2°,
             W 10.01.1978 (B.S., 09.03.1978);
           – 8° opgeheven bij art. 62, 3°,
             W 10.01.1978 (B.S., 09.03.1978);
           – 9° vervangen bij art. 49, W 25.06.1956
             (B.S., 09.07.1956) en gewijzigd bij
             art. 72, 2°, W 12.07.1976 (B.S., 15.10.1976);
           – 10° vervangen bij art. 11, W 13.08.1947
             (B.S., 17.09.1947), zelf gewijzigd bij
             art. 2, W 24.01.1958 (B.S., 14.02.1958);
           – 11° ingevoegd bij art. 69, W 22.12.1998
             (B.S., 15.01.1999) en vervangen bij
             art. 39, D 27.06.2003 (B.S., 12.09.2003),
             met ingang van 01.07.2003;
           - 12° ingevoegd bij art. 66, W 27.12.2006
             (B.S. 28.12.2006), van toepassing op de akten
             die dagtekenen vanaf 01.01.2007.
           - 13° ingevoegd bij art. 307, W 27.12.2006
             (B.S. 28.12.2006), met ingang van 07.01.2007.