Vlaamse Winwinleningsdecreet

Decreet van 19 mei 2006 (Belgisch Staatsblad van 30 juni 2006, tweede editie)

Besluit van 20 juli 2006 (Belgisch Staatsblad van 17 augustus 2006)
        
Publicatie : 2006-08-17
VLAAMSE OVERHEID
20 JULI 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het decreet van 19 mei 2006 betreffende de Winwinlening
De Vlaamse Regering,
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 20;
Gelet op het decreet van 19 mei 2006 betreffende de Winwinlening, inzonderheid op artikel 4, § 1, artikel 5, § 1 en § 2, artikel 6, 7, 9, § 5 en artikel 10;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 30 maart 2006;
Gelet op het advies van de Vlaamse minister bevoegd voor de begroting, gegeven op 28 april 2006;
Gelet op het advies door de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 17 mei 2006;
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 29 juni 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel;
Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en algemene bepalingen

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° Winwinleningdecreet : het decreet van 19 mei 2006 betreffende de Winwinlening;
2° Winwinlening : de kredietovereenkomst, vermeld in het Winwinleningdecreet;
3° Wet van 16 januari 2003 : de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen;
4° Federale belastingadministratie : de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit (AOIF) van de Federale Overheidsdienst Financiën;
5° Minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het economisch beleid;
6° Participatiemaatschappij Vlaanderen NV : de naamloze vennootschap Participatiemaatschappij Vlaanderen, opgericht bij de notariële akte van 31 juli 1995, bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 25 augustus 1995 onder het nummer 950825-236, met inbegrip van alle latere wijzigingen van de statuten.

HOOFDSTUK II. - Voorwaarden en procedure voor de registratie van de Winwinlening
Art. 2. § 1. Om in aanmerking te komen voor de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk VI van het Winwinleningdecreet, moeten de kredietgever en de kredietnemer bewijzen dat zij voldoen aan alle voorwaarden en voorschriften, vastgelegd in het Winwinleningdecreet en in dit besluit.
§ 2. Dit bewijs kan enkel geleverd worden als de Winwinlening is vastgesteld in een onderhandse of authentieke akte die is opgesteld conform het modelformulier, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het modelformulier bevat enkel de minimale gegevens, alsook de volgorde waarin die moeten worden opgenomen. De kredietgever en de kredietnemer kunnen aan artikel 13 van het modelformulier aanvullende voorwaarden of bepalingen toevoegen, op voorwaarde dat die niet strijdig of onverenigbaar zijn met de voorwaarden en voorschriften van het Winwinleningdecreet en dit besluit.
§ 3. Onverminderd artikel 5, § 1, van het Winwinleningdecreet, zijn de kredietgever en de kredietnemer samen ertoe gehouden om drie originele exemplaren van de akte volledig, waarachtig en accuraat vast te stellen.
§ 4. Het bewijs, vermeld in § 2, wordt enkel geldig geleverd als een origineel exemplaar van de volledig en correct ingevulde akte binnen een maand nadat de Winwinlening gesloten is ter kennis van Participatiemaatschappij Vlaanderen NV wordt gebracht.
De kennisgeving gebeurt bij ter post aangetekend schrijven of, als in die mogelijkheid door Participatiemaatschappij Vlaanderen NV voorzien wordt, door middel van elektronische post dan wel door middel van enig ander telecommunicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk aan de zijde van de geadresseerde, en waarop een elektronische handtekening is aangebracht die voldoet aan de vereisten van artikel 1322 van het Burgerlijk Wetboek.
Het bewijs van de verzending moet door de kredietgever geleverd worden door middel van de poststempel op het afschrift van zending of, eventueel, het ontvangstbewijs van de elektronische verzending.
Art. 3. § 1. Participatiemaatschappij Vlaanderen NV gaat binnen een maand na de ontvangst van een origineel exemplaar van de akte op basis van de akte na of voldaan is aan de voorwaarden van het Winwinleningdecreet en dit besluit. Enkel als aan alle voorwaarden voldaan is, gaat ze over tot de registratie van de akte. Als de akte volledig is opgesteld, maar Participatiemaatschappij Vlaanderen NV een gegronde reden heeft om te twijfelen aan de verklaringen van de kredietgever of kredietnemer, inzonderheid aan de waarachtigheid of accuraatheid ervan, heeft ze het recht niet over te gaan tot de registratie van de akte.
§ 2. De registratie bestaat uit het toekennen van een nummer aan de Winwinlening en het opnemen van de Winwinlening in het Winwinleningregister, vermeld in hoofdstuk III. Binnen een week na de registratie van de akte geeft Participatiemaatschappij Vlaanderen NV de kredietgever kennis van de registratie door middel van een brief, waarin het nummer vermeld wordt dat bij de registratie aan de Winwinlening werd toegekend. Die brief wordt gestuurd naar het adres of, eventueel, het e-mailadres van de kredietgever, zoals dat uit de akte blijkt of, in geval van een adreswijziging zoals die overeenkomstig artikel 6 door de kredietgever aan Participatiemaatschappij Vlaanderen NV werd meegedeeld, naar het nieuwe adres.
Art. 4. § 1. Ingeval Participatiemaatschappij Vlaanderen NV de akte niet registreert, stelt ze de kredietgever daarvan op de hoogte aan de hand van een brief of door middel van elektronische briefwisseling. De brief vermeldt de redenen waarom er geen registratie kon plaatsvinden en wordt verstuurd binnen een week nadat besloten werd om niet tot registratie over te gaan. Die brief wordt gestuurd naar het adres of, eventueel, naar het e-mailadres van de kredietgever, zoals dat uit de akte blijkt, of in geval van een adreswijziging die werd meegedeeld door de kredietgever aan Participatiemaatschappij Vlaanderen NV, overeenkomstig artikel 6, naar het nieuwe adres.
§ 2. Ingeval de niet-registratie uitsluitend haar oorzaak vindt in een materiële vergissing of louter formele fout die kan worden rechtgezet, heeft de kredietgever de mogelijkheid die materiële vergissing of louter formele fout recht te zetten. De kredietgever moet in dat geval binnen twee weken na ontvangst van de brief, vermeld in artikel 4, § 1 het bewijs dat de materiële vergissing of louter formele fout is rechtgezet, ter kennis brengen van Participatiemaatschappij Vlaanderen NV. Die kennisgeving gebeurt door middel van ter post aangetekend schrijven of, als in die mogelijkheid door Participatiemaatschappij Vlaanderen NV voorzien wordt, door middel van elektronische post dan wel door middel van enig ander telecommunicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk aan de zijde van de geadresseerde, en waarop een elektronische handtekening is aangebracht die voldoet aan de vereisten van artikel 1322 van het Burgerlijk Wetboek. De poststempel op het afschrift van de zending of, eventueel, het ontvangstbewijs van de elektronische verzending geldt als bewijs.
Art. 5. Enkel de kredietgever wordt op de hoogte gesteld van de niet-registratie of registratie van de Winwinlening, zoals in dit hoofdstuk bepaald. Als de kredietnemer op de hoogte gesteld wil worden, moeten kredietgever en kredietnemer daartoe onderling afspraken maken.
Art. 6. Wijzigingen van de akte van Winwinlening, zoals die overeenkomstig artikel 2, § 4, bezorgd is aan Participatiemaatschappij Vlaanderen NV, mogen geen afbreuk doen aan de voorwaarden en voorschriften van het Winwinleningdecreet en dit besluit en moeten binnen één maand ter kennis worden gebracht van Participatiemaatschappij Vlaanderen NV. De kennisgeving gebeurt door middel van een ter post aangetekend schrijven of, als in die mogelijkheid door Participatiemaatschappij Vlaanderen NV voorzien wordt, door middel van elektronische post dan wel door middel van enig ander telecommunicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk aan de zijde van de geadresseerde, en waarop een elektronische handtekening is aangebracht die voldoet aan de vereisten van artikel 1322 van het Burgerlijk Wetboek.

HOOFDSTUK III. - Inrichting van het Winwinleningregister
Art. 7. Er wordt een register aangelegd van alle geregistreerde Winwinleningen. Dat register draagt de benaming « Winwinleningregister » en wordt beheerd door Participatiemaatschappij Vlaanderen NV.
Art. 8. Elke registratie in het Winwinleningregister bestaat uit een nummer, dat individueel wordt toegekend aan elke geregistreerde Winwinlening, alsook uit de identificatiegegevens met betrekking tot de geregistreerde Winwinleningen, de kredietnemers en de kredietgevers, en de informatie zoals opgenomen in de akte van kredietovereenkomst.
Art. 9. Om de praktische voorwaarden van het beheer van het Winwinleningregister te bepalen, zal tussen het Vlaamse Gewest en Participatiemaatschappij Vlaanderen NV een samenwerkingsovereenkomst gesloten worden, die onder meer de beheervergoeding vaststelt. Participatiemaatschappij Vlaanderen NV zal over dat beheer jaarlijks rapporteren aan het Vlaamse Gewest.
Art. 10. De personeelsleden van Participatiemaatschappij Vlaanderen NV zijn gemachtigd om de gegevens van het Winwinleningregister in te kijken en, op basis daarvan, verificaties en controles te doen met het oog op het toezicht op de naleving van het Winwinleningdecreet. Bovendien heeft de federale belastingadministratie een inzagerecht in het Winwinleningregister.

HOOFDSTUK IV. - Berekening en betaling van de interesten
Art. 11. De interesten die de kredietnemer verschuldigd is, worden berekend door het bedrag dat in het kader van een Winwinlening is uitgeleend of ter beschikking gesteld, te vermenigvuldigen met de vaste rentevoet die is vastgelegd in de akte overeenkomstig artikel 4, § 1, vierde lid, van het Winwinleningdecreet.
De interesten zijn betaalbaar op de jaarlijkse vervaldatum.

HOOFDSTUK V. - Criteria betreffende het ondernemingsdoel en het achtergestelde karakter van de Winwinlening
Art. 12. De in het kader van de Winwinlening geleende of ter beschikking gestelde middelen mogen uitsluitend voor ondernemingsdoeleinden van de kredietnemer gebruikt worden. Daarmee wordt bedoeld dat de middelen integraal moeten worden aangewend door de kredietnemer, binnen het kader van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten, als rechtspersoon of als zelfstandige, op een wijze die in het belang van de vennootschap is en rechtstreeks of onrechtstreeks bijdraagt tot de verwezenlijking van zijn maatschappelijk doel of, als het een zelfstandige betreft, op een wijze die hoofdzakelijk bijdraagt tot de verwezenlijking van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten.
De activiteit die bestaat in het verstrekken door de kredietnemer van een of meer leningen of zekerheden kan niet gekwalificeerd worden als ondernemingsdoel in de zin van artikel 6 van het Winwinleningdecreet, tenzij het maatschappelijk doel van de kredietnemer uitsluitend of hoofdzakelijk bestaat uit die activiteit.
Art. 13. De Winwinlening is zowel achtergesteld ten aanzien van de bestaande als van de toekomstige verplichtingen en schulden van de kredietnemer. De kredietgever wordt geacht hiermee onvoorwaardelijk akkoord te gaan door zijn verzoek om de akte als Winwinlening te laten registreren. De achterstelling geldt enkel voor de hoofdsom en geldt niet voor de interesten. De kredietgever zal in de hypothese van samenloop voor het einde van de duurtijd van de Winwinlening, pari passu behandeld worden met de andere achtergestelde schuldeisers, als die er zijn, en, met name zonder daartoe beperkt te zijn, met alle andere schuldeisers die met dezelfde kredietnemer een Winwinlening hebben gesloten, ongeacht of dergelijke Winwinleningen voor of na het sluiten van de Winwinlening tussen de kredietgever en de kredietnemer zijn ontstaan.

HOOFDSTUK VI. - Bepalingen inzake bewijs
Art. 14. § 1. De kredietgevers die met toepassing van artikel 8 van het Winwinleningdecreet aanspraak maken op de daarin toegekende belastingvermindering, leveren het bewijs, vereist in artikel 7 van het Winwinleningdecreet, door :
1° bij hun aangifte in de personenbelasting voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de Winwinlening is gesloten, een kopie van de geregistreerde Winwinlening en een kopie van de brief vermeld in artikel 5, § 2, vierde lid, van het Winwinleningdecreet, te voegen;
2° in hun aangifte in de personenbelasting voor ieder volgend belastbaar tijdperk waarvoor om de in artikel 7 van het Winwinleningdecreet vermelde belastingvermindering verzocht wordt, het bedrag van alle uitgeleende of ter beschikking gestelde bedragen op 1 januari en op 31 december van het betreffende belastbare tijdperk te vermelden in de daartoe in het aangifteformulier opgenomen vakken.
§ 2. Voor de toepassing van artikel 9 van het Winwinleningdecreet, leveren de kredietgever of zijn rechtverkrijgenden het bewijs aan de hand van de bewijsmiddelen, vermeld in artikel 340 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
De kredietgever voegt een kopie van het bewijs waaruit blijkt dat een gedeelte of het geheel van de hoofdsom van de Winwinlening definitief verloren is bij de aangifte van de personenbelasting voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin de Winwinlening geheel of gedeeltelijk definitief verloren gegaan is.
De rechtverkrijgenden van een overleden kredietgever voegen elk een kopie van het bewijs waaruit blijkt dat een gedeelte of het geheel van de hoofdsom van de Winwinlening definitief verloren is bij hun aangifte van de personenbelasting voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin de Winwinlening geheel of gedeeltelijk definitief verloren gegaan is, alsook een kopie van hetzij de verdelingsakte, hetzij een verklaring van de notaris die belast is met de verdeling, hetzij een verklaring, ondertekend door alle erfgenamen, waaruit de identiteit van de rechtverkrijgenden en het door hen verkregen deel van de Winwinlening duidelijk blijkt.

HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen
Art. 15. Het Winwinleningdecreet treedt in werking op de datum waarop dit besluit in werking treedt.
Art. 16. Dit besluit wordt aangehaald als het Winwinleningbesluit.
Art. 17. Dit besluit treedt in werking vijftien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 18. De Vlaamse minister, bevoegd voor het economisch beleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 20 juli 2006.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel,
F. MOERMAN

BIJLAGE : modelformulier als vermeld in artikel 2, § 2
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 houdende uitvoering van het decreet van 19 mei 2006 betreffende de Winwinlening.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel,
F. MOERMAN