De toevallige BTW-plichtige


law : vat : occasional

Een gebouw is nieuw tot 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming.

Wie een nieuwbouw woning koopt en daarop BTW heeft betaald, en deze woning nog als nieuw kan verkopen, wordt door artikel 9 paragraaf 1 aangemerkt als toevallige BTW belastingplichtige. Voorwaarde is wel dat deze verkoper een kennisgeving heeft gedaan op het bevoegde BTW kantoor van zijn bedoeling om zijn nieuw gebouw te verkopen met voldoening van de BTW. Deze toevallige BTW-plichtige zal na de verkoop een soort eenmalige BTW aangifte moeten indienen.

De eerste ingebruikneming is een kwestie van het gebouw in gebruik nemen. Bijvoorbeeld door een inschrijving in het bevolkingsregister te nemen. 

2747.com / law / .. Belgie

contact

Publiek recht

Fiscaal recht

Burgerlijk recht

Vennootschapsrecht

Artikel 8 Belgisch BTW wetboek anno 2006:

§ 1. Eenieder die, anders dan in de uitoefening van een economische activiteit, een gebouw heeft opgericht, heeft laten oprichten of heeft verkregen met voldoening van de belasting en het vóór, tijdens of na de oprichting, doch uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van dat gebouw, onder bezwarende titel geheel of ten dele vervreemdt, heeft ten aanzien van die vervreemding de hoedanigheid van belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling de vervreemding te doen met betaling van de belasting.

§ 2. Eenieder die, anders dan in de uitoefening van een economische activiteit, een gebouw heeft opgericht, heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen en waarop hij, vóór het verstrijken van de in § 1 bepaalde termijn, onder bezwarende titel een zakelijk recht vestigt in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, heeft ten aanzien van deze vestiging de hoedanigheid van belastingplichtige wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling de vestiging van het zakelijk recht op het gebouw te doen met betaling van de belasting.

§ 3. Eenieder die, anders dan in de uitoefening van een economische activiteit, een zakelijk recht op een gebouw in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, dat met voldoening van de belasting te zijnen bate werd gevestigd of aan hem werd overgedragen, binnen de in § 1 bepaalde termijn, onder bezwarende titel, overdraagt of wederoverdraagt, heeft ten aanzien van die overdracht of wederoverdracht de hoedanigheid van belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling het zakelijk recht op het gebouw met voldoening van de belasting over te dragen of weder over te dragen.

(Art. 8 zoals laatst gewijzigd bij art. 131, W 02.08.2002 (B.S. 29.08.2002), met ingang van 26.04.2002.)