Belgisch Burgerlijk Wetboek :Boek III : Titel II. - Schenkingen onder de levenden en testamenten : 

Hoofdstuk V. Beschikkingen bij testament

Afdeling VII. - Uitvoerders van uiterste wilsbeschikkingen

Art. 1025. De erflater kan één of meer uitvoerders van zijn uiterste wilsbeschikkingen aanstellen.

Art. 1026. Hij kan hun het bezit verlenen van al zijn roerende goederen of slechts van een gedeelte daarvan; dit bezit kan echter niet langer duren dan jaar en dag te rekenen van zijn overlijden.
  Indien hij hun dit bezit niet verleend heeft, kunnen zij het niet eisen.

Art. 1027. De erfgenaam kan het bezit doen ophouden, mits hij aanbiedt aan de uitvoerders der uiterste wilsbeschikkingen een som ter hand te stellen die voldoende is om de roerende legaten uit te keren, of mits hij doet blijken dat deze legaten reeds zijn uitgekeerd.

Art. 1028. Hij die geen verbintenis kan aangaan, mag geen uitvoerder van uiterste wilsbeschikkingen zijn.

Art. 1030. Een minderjarige mag, zelfs met machtiging van zijn voogd of curator, geen uitvoerder van uiterste wilsbeschikkingen zijn.

Art. 1031. De uitvoerders van uiterste wilsbeschikkingen doen de nalatenschap verzegelen, indien onder de erfgenamen minderjarigen, onbekwaamverklaarden of afwezigen zijn.
  Zij doen, in tegenwoordigheid van de vermoedelijke erfgenaam, of deze behoorlijk opgeroepen zijnde, een boedelbeschrijving van de goederen der nalatenschap opmaken.
  Zij doen de roerende goederen verkopen, indien het vereiste geld om de legaten uit te keren niet voorhanden is.
  Zij dragen zorg dat het testament wordt uitgevoerd; en zij kunnen, in geval van geschil omtrent de uitvoering van het testament, tussenkomen om de geldigheid ervan staande te houden.
  Zij moeten, na verloop van een jaar sinds het overlijden van de erflater, rekening en verantwoording afleggen van hun beheer.

Art. 1032. De bevoegdheden van de uitvoerder van uiterste wilsbeschikkingen gaan niet over op zijn erfgenamen.

Art. 1033. Indien verscheidene personen de uitvoering van uiterste wilsbeschikkingen op zich hebben genomen, kan een van hen, bij gebreke van de anderen, alleen handelen; en zij zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de roerende goederen die hun zijn toevertrouwd, tenzij de erflater hun werkzaamheden heeft verdeeld en ieder van hen zich tot de hem opgedragen taak heeft beperkt.

Art. 1034. De kosten door de uitvoerder van uiterste wilsbeschikkingen gemaakt voor de verzegeling, de boedelbeschrijving, de rekening en verantwoording, alsook de verdere uitgaven in verband met zijn werkzaamheden, komen ten laste van de nalatenschap.

Wetsgeschiedenis