Belgisch Burgerlijk Wetboek

Titel II. Schenkingen onder de levenden en testamenten

Ouderlijke boedelverdelingBruidsschat en contractuele erfstellingBeschikkingen tussen echtgenoten

Hoofdstuk VI. - Geoorloofde beschikkingen ten voordele van de kleinkinderen van de schenker of erflater, of ten voordele van de kinderen van zijn broeders en zusters

Art. 1048. Ouders kunnen de goederen waarover zij het recht van beschikking hebben, geheel of ten dele, bij akte onder de levenden of bij akte van uiterste wil, aan een of meer van hun kinderen geven, met last om deze goederen uit te keren aan de van deze begiftigden afstammende kinderen die reeds geboren zijn en die nog zullen worden geboren, doch niet verder dan in de eerste graad.

Art. 1049. Indien de overledene geen kinderen achterlaat, is de beschikking geldig die de overledene bij akte onder de levenden of bij akte van uiterste wil ten voordele van een of meer van zijn broeders of zusters gemaakt heeft voor het geheel of een gedeelte van de goederen van de nalatenschap die door de wet niet zijn voorbehouden, met last om die goederen uit te keren aan de van deze begiftigde broeders of zusters afstammende kinderen die reeds geboren zijn en die nog zullen worden geboren, doch niet verder dan in de eerste graad.

Art. 1050

Erfstellingen over de hand zijn in principe verboden (art. 896 BW). Uitzonderlijk zijn ze wel toegelaten.

 

2747.com / lawTestamenten

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht

 

Art.  1050. De bij de twee vorige artikelen geoorloofde beschikkingen zullen slechts gelden voor zover de last van uitkering bedongen is ten voordele van alle kinderen van de bezwaarde, die reeds geboren zijn en die nog zullen worden geboren, zonder uitzondering en zonder voorrang van leeftijd of geslacht.

  Art. 1051. Indien, in de hierboven vermelde gevallen, hij die met de last van uitkering ten voordele van zijn kinderen bezwaard is, overlijdt met achterlating van kinderen in de eerste graad en van afstammelingen van een vooroverleden kind, verkrijgen deze laatsten, bij plaatsvervulling, het aandeel van het vooroverleden kind.

  Art. 1052. Indien het kind, de broeder of de zuster aan wie, bij akte onder de levenden, goederen zonder de last van uitkering geschonken zijn, een nieuwe, bij akte onder de levenden of bij akte van uiterste wil gedane gift aanneemt, die gemaakt is onder voorwaarde dat de vroeger geschonken goederen zullen bezwaard zijn met die last, dan is het hun niet meer geoorloofd de twee te hunnen voordele gemaakte beschikkingen van elkaar te scheiden en de tweede te verwerpen om zich aan de eerste te houden, ook al bieden zij aan, de in de tweede beschikking begrepen goederen terug te geven.

  Art. 1053. De rechten van de verwachters nemen aanvang op het tijdstip waarop het genot van het kind, van de broeder of van de zuster die met de uitkering bezwaard zijn, uit welke oorzaak ook ophoudt; de vervroegde afstand van het genot ten voordele van de verwachters kan geen nadeel toebrengen aan de schuldeisers van de bezwaarde, wier schuldvorderingen dagtekenen van voor de afstand.

  Art. 1054. De vrouwen van de bezwaarden kunnen, ingeval de vrije goederen ontoereikend zijn, zich niet subsidiair verhalen op de uit te keren goederen, behalve voor de hoofdsom van het als huwelijksgoed aangebrachte geld, en alleen ingeval de erflater zulks uitdrukkelijk mocht hebben bevolen.

  Art. 1055. <W 2001-04-29/39, art. 36, 006; Inwerkingtreding : 01-08-2001> Hij die beschikkingen maakt welke volgens de vorige artikelen zijn geoorloofd, mag bij dezelfde akte of bij een latere authentieke akte een voogd benoemen die met de uitvoering van die beschikkingen wordt belast.

  Art. 1056. <W 2001-04-29/39, art. 37, 006; Inwerkingtreding : 01-08-2001> Wanneer geen voogd is benoemd overeenkomstig artikel 1055 of wanneer deze zijn opdracht niet aanvaardt, wordt op verzoek van de bezwaarde of indien deze onbekwaam is, op verzoek van zijn wettelijke vertegenwoordiger, een voogd benoemd binnen een maand te rekenen van de dag van overlijden van de schenker of van de erflater of van de dag waarop, na dit overlijden, de akte die de beschikking inhoudt, bekend is geworden. Deze benoeming geschiedt door de vrederechter van het kanton van de woonplaats van de bezwaarde, overeenkomstig artikel 393 en volgens de procedure vastgesteld in boek IV, hoofdstuk IX, van het Gerechtelijk Wetboek.

  Art. 1057. De bezwaarde die aan de voorschriften van het vorige artikel niet heeft voldaan, verliest het voordeel van de beschikking; en in dit geval kan het recht verklaard worden open te staan ten voordele van de verwachters en zulks op verzoek, hetzij van die verwachters, indien zij meerderjarig zijn, (hetzij van hun curator of wettelijke vertegenwoordiger), indien zij minderjarig of onbekwaam verklaard zijn, hetzij van iedere bloedverwant van de meerderjarige, minderjarige of onbekwaamverklaarde verwachters, of zelfs ambtshalve, op vordering van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar de erfenis is opengevallen. <W 2001-04-29/39, art. 38, 006; Inwerkingtreding : 01-08-2001>

  Art. 1058. Na het overlijden van hem die een beschikking met last van uitkering gemaakt heeft, wordt in de gewone vorm een boedelbeschrijving opgemaakt van alle goederen die de nalatenschap uitmaken, tenzij het slechts een bijzonder legaat betreft. Die boedelbeschrijving bevat een juiste schatting van de waarde van de roerende goederen.

  Art. 1059. De boedelbeschrijving wordt opgemaakt op verzoek van de bezwaarde en binnen de in de titel Erfenissen gestelde termijn, in tegenwoordigheid van de voor de uitvoering benoemde voogd. De kosten komen ten laste van de in de beschikking begrepen goederen.

  Art. 1060. Indien binnen de hierboven vermelde termijn geen boedelbeschrijving is opgemaakt op verzoek van de bezwaarde, wordt zij in de loop van de volgende maand opgemaakt, op verzoek van de voor de uitvoering benoemde voogd en in tegenwoordigheid van de bezwaarde of van zijn voogd.

  Art. 1061. Indien aan de voorschriften van de twee vorige artikelen niet voldaan is, wordt de boedelbeschrijving opgemaakt op verzoek van de in artikel 1057 genoemde personen; de bezwaarde of zijn voogd, en de voor de uitvoering benoemde voogd worden daartoe opgeroepen.

  Art. 1062. De bezwaarde is verplicht alle in de beschikking begrepen roerende goederen na aanplakking en bij opbod te doen verkopen, met uitzondering nochtans van die welke in de twee volgende artikelen vermeld zijn.

  Art. 1063. Het huisraad en de andere roerende goederen die in de beschikking begrepen mochten zijn onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat zij in natura bewaard blijven, zullen worden teruggegeven in de staat waarin zij zich ten tijde van de uitkering bevinden.

  Art. 1064. Het vee en het gereedschap, dienende tot het bebouwen van de landerijen, worden geacht begrepen te zijn in de schenkingen onder de levenden of bij uiterste wil van die landerijen; en de bezwaarde is alleen verplicht die te doen schatten en waarderen om daarvan, ten tijde van de uitkering, voor een gelijke waarde terug te geven.

  Art. 1065. Binnen zes maanden te rekenen van de dag waarop de boedelbeschrijving is gesloten, moet de bezwaarde het gereed geld beleggen, alsook het geld komende van de prijs van de roerende goederen die verkocht zijn, en hetgeen op de schuldvorderingen ontvangen is.
  Deze termijn kan worden verlengd, indien daartoe redenen zijn.

  Art. 1066. De bezwaarde is eveneens verplicht het geld te beleggen, dat door inning van schuldvorderingen en door aflossing van renten wordt verkregen, en zulks binnen drie maanden nadat hij het geld ontvangen heeft.

  Art. 1067. De belegging geschiedt overeenkomstig hetgeen door de beschikker bevolen is, indien hij de aard heeft bepaald van de goederen waarin de belegging moet worden gedaan; bij gebreke daarvan, kan slechts belegd worden in onroerende goederen of met voorrecht op onroerende goederen.

  Art. 1068. De bij de vorige artikelen voorgeschreven belegging geschiedt in tegenwoordigheid en op verzoek van de voor de uitvoering benoemde voogd.

  Art. 1069. De beschikkingen met last van uitkering, gemaakt bij akte onder de levenden of bij akte van uiterste wil, worden openbaar gemaakt op verzoek hetzij van de bezwaarde, hetzij van de voor de uitvoering benoemde voogd; te weten, wat de onroerende goederen betreft, door overschrijving van de akten in de registers van het hypotheekkantoor van de plaats waar de goederen gelegen zijn, en, wat de geldsommen met voorrecht op onroerende goederen betreft, door inschrijving op de voor het voorrecht verbonden goederen.

  Art. 1070. Het ontbreken van de overschrijving van de akte die de beschikking bevat, kan door de schuldeisers en de derden-verkrijgers worden ingeroepen, zelfs tegen minderjarigen of onbekwaamverklaarden; behoudens het verhaal op de bezwaarde, en op de voor de uitvoering benoemde voogd, en zonder dat de minderjarigen of onbekwaamverklaarden tegen het ontbreken van de overschrijving in hun recht kunnen worden hersteld, zelfs wanneer de bezwaarde en de voogd onvermogend mochten zijn.

  Art. 1071. Het ontbreken van de overschrijving kan niet worden goedgemaakt of als gedekt worden beschouwd doordat de schuldeisers of de derden-verkrijgers, op andere wijze dan door de overschrijving, van de beschikking hebben kennis gekregen.

  Art. 1072. De begiftigden, de legatarissen en zelfs de wettige erfgenamen van hem die de beschikking gemaakt heeft, kunnen in geen geval, evenmin als hun begiftigden, legatarissen of erfgenamen, het ontbreken van de overschrijving of van de inschrijving aan de verwachters tegenwerpen.

  Art. 1073. De voor de uitvoering benoemde voogd is persoonlijk aansprakelijk, indien hij zich niet in ieder opzicht gedragen heeft naar de regels die hierboven bepaald zijn voor het beschrijven van de goederen, de verkoop van de roerende goederen, het beleggen van het geld, de overschrijving en de inschrijving, en, in het algemeen, indien hij niet al het nodige heeft gedaan opdat de last van uitkering goed en getrouw wordt uitgevoerd.

  Art. 1074. Indien de bezwaarde minderjarige is, kan hij niet in zijn recht hersteld worden tegen de niet-nakoming van de regels die bij de artikelen van dit hoofdstuk aan de voogd zijn voorgeschreven, zelfs niet in geval van onvermogen (van zijn wettelijke vertegenwoordiger). <W 2001-04-29/39, art. 39, 006; Inwerkingtreding : 01-08-2001>

 

2747.com / law / recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht