Eenvormige wet nopens de vorm van een internationaal testament

Art. 2
Deze wet vindt geen toepassing op de vorm van testamentsbeschikkingen die in een zelfde akte door twee of meer personen worden gemaakt.

Art. 3
1 Het testament moet schriftelijk worden gemaakt.

2 Het moet niet noodzakelijk door de erflater zelf zijn geschreven.

3 Het mag in om het even welke taal zijn geschreven, met de hand of door enig ander middel.

Art. 4
1 De erflater verklaart in tegenwoordigheid van twee getuigen en van een persoon die bevoegd is om in dezen op te treden, dat het stuk zijn testament is en dat hij de inhoud ervan kent.

2 De erflater is niet verplicht aan de getuigen of aan de bevoegde persoon kennis te geven van de inhoud van het testament.

Art. 5
1 De erflater tekent het testament in tegenwoordigheid van de getuigen en van de bevoegde persoon, of, indien hij het reeds vroeger heeft getekend, erkent en bevestigt zijn handtekening.

2 Indien de erflater niet kan tekenen, geeft hij daarvan aan de bevoegde persoon de oorzaak op en deze vermeldt zulks op het testament. Daarenboven kan de erflater volgens de wet krachtens welke de aanwijzing van de bevoegde persoon is geschied, toegelaten zijn om een ander persoon te vragen in zijn naam te tekenen.

3 De getuigen en de bevoegde persoon brengen dadelijk hun handtekening op het testament aan, in tegenwoordigheid van de erflater.

Commentaar

De artiklelen 2 tot 5 geven de vormvereisten weer inzake het internationaal testatment die op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven.

Er zijn nog andere vormvereisten maar die zijn niet voorgeschreven op straffe van nietigheid.