Orgaantransplantatiewet

Wegneming na overlijden

Na het overlijden van de donor, zal het van groot belang zijn of er voorafgaandelijk verzet is gedaan tegen orgaantransplantatie.

De nabestaanden van de donor (zijnde de samenlevende echtgenoot of de verwanten van de eerste graad (kind of ouders)), kunnen zich reeds voor het overlijden verzetten tegen orgaantransplantatie.

Na het overlijden kunnen de nabestaanden hun verzet rechtstreeks richten tot de geneesheer die de orgaantransplantatie zal uitvoeren (indien zij hem weten te vinden). De geneesheer (het ziekenhuis) moet geen toestemming komen vragen volgens de wet.

Artikel 10 van de Orgaantransplanatiewet en het uitvoeringsbesluit regelen de wijze waarop het verzet tegen orgaanstransplantie wordt gedaan.

 

2747.com / law / Testamenten

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht

 

Orgaantransplantatiewet anno 2006

HOOFDSTUK III. Wegneming na overlijden.

Art. 10.

Art. 11. Het overlijden van de donor moet worden vastgesteld door drie geneesheren, met uitsluiting van de geneesheren die de receptor behandelen of die de wegneming of de transplantatie zullen verrichten.

Om het overlijden vast te stellen laten deze geneesheren zich leiden door de jongste stand van de wetenschap.

Deze geneesheren vermelden in een gedagtekend en ondertekend proces-verbaal, het uur van het overlijden en de wijze waarop het is vastgesteld. Dat proces-verbaal en, in voorkomend geval, de eraan gehechte stukken worden gedurende tien jaar bewaard.

Art. 12. Het wegnemen van de organen, de weefsels en de cellen en het sluiten van het lichaam moeten gebeuren met respect voor het lijk en bezorgdheid voor de gevoelens van de familie.

Het opbaren moet zo snel mogelijk gebeuren zodat de familie zo spoedig mogelijk de afgestorvene kan groeten.

Art. 13. § 1. In geval van gewelddadige dood, moet de geneesheer die overgaat tot het wegnemen van organen, weefsels of cellen, een verslag opstellen dat onverwijld wordt toegestuurd aan de procureur des Konings.

In dit verslag moeten de gegevens aangaande de toestand van het lijk en de weggenomen lichaamsdelen worden vermeld die van belang kunnen zijn voor het bepalen van de oorzaak en de omstandigheden van het overlijden, vooral die welke achteraf niet meer kunnen worden onderzocht tengevolge van de wegneming.

§ 2. Bij een dood waarvan de oorzaak onbekend is of verdacht, mag geen wegneming van organen, weefsels of cellen worden verricht, tenzij de procureur des Konings, in wiens arondissement de inrichting is gelegen waar de wegneming zal plaatsvinden, daarvan vooraf is ingelicht en er zich niet tegen verzet.

In voorkomend geval kan deze magistraat aan een geneesheer van zijn keuze opdracht geven zich dadelijk naar de inrichting te begeven om de wegneming bij te wonen en er verslag over uit te brengen.

Art. 14. De identiteit van de donor en de receptor mag niet worden medegedeeld.

 

2747.com / law / Testamenten

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht