Erfgenaam
Verdrag betreffende de wetsconflicten inzake de vorm van uiterste wilsbeschikkingen
Opgemaakt in Den Haag op 5 oktober 1961

Art. 1

   Een uiterste wilsbeschikking is wat de vorm betreft van waarde wanneer ze overeenstemt met de nationale wet:
    a) van de plaats waar de erflater heeft beschikt, of
    b) van een nationaliteit die de erflater bezat op het ogenblik waarop hij de beschikking heeft gemaakt, of op het ogenblik van zijn overlijden, of
    c) van een plaats waar de erflater zijn woonplaats had, hetzij op het ogenblik waarop hij de beschikking heeft gemaakt, hetzij op het ogenblik van zijn overlijden, of
    d) van de plaats waar de erflater zijn gewone verblijfplaats had, hetzij op het ogenblik waarop hij de beschikking heeft gemaakt, hetzij op het ogenblik van zijn overlijden, of
    e) voor de onroerende goederen, van de plaats waar zij gelegen zijn.

   Voor de toepassing van dit Verdrag, en wanneer de nationale wet bestaat uit een niet-eenvormig stelsel, wordt de wet die van toepassing is, bepaald door de regels die in dat stelsel van kracht zijn en bij ontstentenis van zulke regels, door de meest affectieve band die bestond tussen de erflater en een van de wetgevingen waaruit dat stelsel is samengesteld.
   De vraag of de erflater een woonplaats had op een bepaalde plaats wordt beantwoord overeenkomstig de wet van die plaats.
  Notarieel wetboek