Vlaams decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten
Hoofdstuk IV. De bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten

Afdeling IV. Beschermde monumenten en stads- en dorpsgezichten

Artikel 11 (anno 2006:)

§ 1. De eigenaars en vruchtgebruikers van een beschermd monument of van een in een beschermd stads- of dorpsgezicht gelegen onroerend goed, zijn ertoe gehouden, door de nodige instandhoudings- en onderhoudswerken, het in goede staat te behouden en het niet te ontsieren, te beschadigen of te vernielen.§ 4. Werken kunnen niet worden aangevat zonder voorafgaande machtiging.

§ 5. De Vlaamse regering stelt algemene voorschriften inzake instandhouding en onderhoud vast.

§ 6. Bij overdracht van een beschermd monument of van een in een beschermd stads- of dorpsgezicht gelegen onroerend goed moet de instrumenterende ambtenaar verplicht in de overdrachtsakte vermelden dat bedoeld monument of onroerend goed beschermd is.
    De instrumenterende ambtenaar deelt deze overdracht mee aan het agentschap.
    In voorkomend geval vermeldt de instrumenterende ambtenaar in de overdrachtsakte dat een in artikel 14, § 1, eerste lid, bedoeld proces-verbaal werd opgemaakt en/of dat op het onroerend goed, ten gevolge van een definitieve rechterlijke beslissing, een verplichting rust om herstelmaatregelen uit te voeren of dat de rechterlijke beslissing werd uitgevoerd.

§ 8. Wanneer werken van instandhouding of herstel nodig zijn om de artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarde van een beschermd monument te bewaren, verlenen het Vlaamse Gewest, de betrokken provincie en de betrokken gemeente hun bijdrage in de kosten van die werken, onder de voorwaarden en in de verhoudingen die de Vlaamse Regering vaststelt.

§ 9. Binnen de kredieten die hiervoor op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap zijn uitgetrokken, kan voor de onderhoudswerken waarvan de noodzaak bewezen is, een financiële bijdrage worden verleend aan de eigenaar, houder van zakelijke rechten of huurder die opdrachtgever is en de kosten ervan draagt onder de voorwaarden en in de verhoudingen die de Vlaamse regering vaststelt.
   Het Vlaamse Gewest kan in de vorm van onderhoudsenveloppes een bijdrage leveren in de kosten voor de uitvoering van meerjarenonderhoudsplannen onder de voorwaarden die de Vlaamse regering vaststelt.
   Voor de toepassing van dit decreet worden beschouwd als onderhoudswerken:
    1° werkzaamheden die de Vlaamse regering als zodanig beschouwt met het oog op duurzaam behoud, op het voorkomen van verval en de dringende instandhouding van beschermde monumenten;
    2° werkzaamheden aan kenmerkende erfgoedelementen die niet als monument zijn beschermd in beschermde stads- en dorpsgezichten;
    3° onderhoudsbevorderend gebruik van als monument beschermd erfgoed;
    4° werkzaamheden voor de herwaardering van bijzondere erfgoedkenmerken van beschermde stads- en dorpsgezichten, die er de eigenheid van bepalen, met inbegrip van het opstellen van een herwaarderingsplan;
    5° werkzaamheden aan kleinere onroerende erfgoedelementen; dat zijn onroerende goederen die kleinere culturele erfgoedelementen vormen, al dan niet gelegen zijn in een beschermd landschap of beschermd stads- of dorpsgezicht, die al dan niet deel uitmaken van een niet als monument beschermd groter onroerend goed en die waardevol zijn vanuit artistiek, landschappelijk, historisch, wetenschappelijk, industrieel-archeologisch, volkskundig of ander sociaal-cultureel oogpunt.]]

§ 10. Met ingang van 1994 stelt de Vlaamse regering de voorwaarden vast voor het toekennen van een Vlaamse Monumentenprijs.