strafbaar
Decreet tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten - Hoofdstuk V. Handhaving

Art. 13 § 1. Volgende personen worden gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot vijf jaar en een geldboete van 26 tot 10.000 euro of met één van die straffen:

    1° éénieder die aan een ... beschermd monument ... werken uitvoert ...;
   ...
    3° de eigenaar, erfpachthouder, opstalhouder of vruchtgebruiker ...;
    4° éénieder, ..., die een ... monument ..., ontsiert, beschadigt of vernielt;
    ...
    7° de instrumenterende ambtenaar die verzuimt, ..., in de overdrachtsakte te vermelden dat ... ;
    8° de eigenaar, erfpachthouder, opstalhouder of vruchtgebruiker die nalaat de mededeling aan de huurders of bewoners, pachters of gebruikers te doen ..., of die nalaat het agentschap op de hoogte te brengen ...;
    9° de betrokkene die nalaat de herstelmaatregelen vermeld in de in § 1, 7°, bedoelde overdrachtsakte uit te voeren.

§ 2. De in § 1 bedoelde straffen bestaan minimaal uit een gevangenisstraf van vijftien dagen en een geldboete van 50 euro of één van deze straffen alleen:
    1° indien de misdrijven bedoeld in § 1, gepleegd worden door instrumenterende ambtenaren, vastgoedmakelaars en andere personen die in de uitoefening van hun beroep of activiteit onroerende goederen kopen, verkavelen, te koop of te huur zetten, verkopen of verhuren, bouwen of vaste of verplaatsbare inrichtingen ontwerpen enlof opstellen of door personen die bij die verrichtingen als tussenpersonen optreden, bij de uitoefening van hun beroep;
    2° indien een nieuwe overtreding wordt begaan binnen de twee jaar na een vorig vonnis of arrest dat een veroordeling bevat wegens één van de bedoelde misdrijven en kracht van gewijsde heeft verkregen.

§ 3. De rechtspersonen die de in artikel 13, § 1, bedoelde misdrijven begaan, worden gestraft met één of meer van de volgende straffen:
    1° geldboete van 26 euro tot 10.000 euro;
    2° bijzondere verbeurdverklaring; de bijzondere verbeurdverklaring uitgesproken ten aanzien van publiekrechtelijke rechtspersonen kan enkel betrekking hebben op goederen die vatbaar zijn voor burgerlijk beslag;
    3° bekendmaking of verspreiding van de beslissing;
    4° sluiting van één of meer inrichtingen, met uitzondering van de inrichtingen waar werkzaamheden worden verricht die behoren tot een opdracht van openbare dienstverlening;
    5° verbod een werkzaamheid te verrichten die deel uitmaakt van het maatschappelijk doel, met uitzondering van werkzaamheden die behoren tot een opdracht van openbare dienstverlening;
    6° ontbinding, die evenwel niet kan worden uitgesproken tegen publiekrechtelijke rechtspersonen.

Hoofdstuk V (art. 13 tot 15) vervangen bij art. 5 Decr. Vl. Parl. 21 november 2003 (B.S., 23 februari 2004).


Decreet tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten
Hoofdstuk V. Handhaving
Strafbepalingen
Art. 13

§ 1.
   Volgende personen worden gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot vijf jaar en een geldboete van 26 tot 10.000 euro of met één van die straffen:
    1° éénieder die aan een voor bescherming vatbaar of definitief beschermd monument of in een voor bescherming vatbaar of definitief beschermd stads- of dorpsgezicht werken uitvoert of handelingen stelt die strijdig zijn met de bepalingen van het besluit dat overeenkomstig artikel 5, § 1, of artikel 7 van dit decreet is genomen;
    2° éénieder die aan een voor bescherming vatbaar of definitief beschermd monument of in een voor bescherming vatbaar of definitief beschermd stads- of dorpsgezicht werken uitvoert of handelingen stelt die strijdig zijn met de algemene voorschriften inzake instandhouding en onderhoud, die overeenkomstig artikel 11, § 5, door de Vlaamse regering worden vastgesteld;
    3° de eigenaar, erfpachthouder, opstalhouder of vruchtgebruiker die verzuimt de overeenkomstig artikelen 5, § 7, en 11, § 1, bepaalde voorschriften na te leven;
    4° éénieder, met inbegrip van de gebruiker en de persoon die dieren onder zijn hoede heeft, die een voor bescherming vatbaar of definitief beschermd monument of een goed, gelegen in een voor bescherming vatbaar of definitief beschermd stads- of dorpsgezicht, ontsiert, beschadigt of vernielt;
    5° éénieder die zonder de in artikel 11, § 4, voorgeschreven machtiging, of in strijd met bij zodanige machtiging gestelde voorwaarden, werken uitvoert of handelingen stelt aan een beschermd monument of aan een in een beschermd stadsof dorpsgezicht gelegen onroerend goed;
    6° éénieder die werken of handelingen voortzet in strijd met een bevel tot stillegging of een beschikking in kort geding;
    7° de instrumenterende ambtenaar die verzuimt, bij overdracht van een monument dat op een ontwerp van lijst is opgenomen of van een beschermd monument, of bij overdracht van een onroerend goed gelegen in een op een ontwerp van lijst opgenomen stads- of dorpsgezicht of beschermd stads- of dorpsgezicht, in de overdrachtsakte te vermelden dat genoemd monument of onroerend goed in een ontwerp van lijst is opgenomen of beschermd werd, en/of verzuimt in de overdrachtsakte te vermelden dat een in artikel 14, § 1, eerste lid, bedoeld procesverbaal werd opgemaakt en/of dat op het onroerend goed, ten gevolge van een definitieve rechterlijke beslissing, een verplichting rust om herstelmaatregelen uit te voeren of dat de rechterlijke beslissing werd uitgevoerd;
    8° de eigenaar, erfpachthouder, opstalhouder of vruchtgebruiker die nalaat de mededeling aan de huurders of bewoners, pachters of gebruikers te doen overeenkomstig artikelen 5, § 3, en 8, § 3, van dit decreet, of die nalaat [het agentschap] op de hoogte te brengen overeenkomstig artikelen 5, § 4, en 8, § 4, van dit decreet;
    9° de betrokkene die nalaat de herstelmaatregelen vermeld in de in § 1, 7°, bedoelde overdrachtsakte uit te voeren.

§ 2.
   De in § 1 bedoelde straffen bestaan minimaal uit een gevangenisstraf van vijftien dagen en een geldboete van 50 euro of één van deze straffen alleen:
    1° indien de misdrijven bedoeld in § 1, gepleegd worden door instrumenterende ambtenaren, vastgoedmakelaars en andere personen die in de uitoefening van hun beroep of activiteit onroerende goederen kopen, verkavelen, te koop of te huur zetten, verkopen of verhuren, bouwen of vaste of verplaatsbare inrichtingen ontwerpen enlof opstellen of door personen die bij die verrichtingen als tussenpersonen optreden, bij de uitoefening van hun beroep;
    2° indien een nieuwe overtreding wordt begaan binnen de twee jaar na een vorig vonnis of arrest dat een veroordeling bevat wegens één van de bedoelde misdrijven en kracht van gewijsde heeft verkregen.

§ 3.
   De rechtspersonen die de in artikel 13, § 1, bedoelde misdrijven begaan, worden gestraft met één of meer van de volgende straffen:
    1° geldboete van 26 euro tot 10.000 euro;
    2° bijzondere verbeurdverklaring; de bijzondere verbeurdverklaring uitgesproken ten aanzien van publiekrechtelijke rechtspersonen kan enkel betrekking hebben op goederen die vatbaar zijn voor burgerlijk beslag;
    3° bekendmaking of verspreiding van de beslissing;
    4° sluiting van één of meer inrichtingen, met uitzondering van de inrichtingen waar werkzaamheden worden verricht die behoren tot een opdracht van openbare dienstverlening;
    5° verbod een werkzaamheid te verrichten die deel uitmaakt van het maatschappelijk doel, met uitzondering van werkzaamheden die behoren tot een opdracht van openbare dienstverlening;
    6° ontbinding, die evenwel niet kan worden uitgesproken tegen publiekrechtelijke rechtspersonen.

Hoofdstuk V (art. 13 tot 15) vervangen bij art. 5 Decr. Vl. Parl. 21 november 2003 (B.S., 23 februari 2004).