DORO : Titel V. Handhavingsmaatregelen - Hoofdstuk I: Strafbepalingen

Afdeling 2. Toezicht

Artikel 148

Onverminderd de bevoegdheden van de agenten en de officieren van gerechtelijke politie, zijn de stedenbouwkundige inspecteurs, de andere door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren, alsmede de door de gouverneur aangewezen ambtenaren van de provincie en van de gemeenten in zijn provincie, bevoegd om de in deze titel omschreven misdrijven op te sporen en vast te stellen door een [proces-verbaal. De processen-verbaal waarin de in deze titel omschreven misdrijven worden vastgesteld gelden tot bewijs van het tegendeel.]
(decreet van 21 november 2003, artikel 47)

[De in het eerste lid bedoelde agenten, officieren van de gerechtelijke politie en ambtenaren] hebben toegang tot de bouwplaats en de gebouwen om alle nodige opsporingen en vaststellingen te verrichten.
(decreet van 21 november 2003, artikel 47)

[Als deze verrichtingen de kenmerken van een huiszoeking dragen, mogen ze enkel worden uitgevoerd op voorwaarde dat de politierechter daartoe een machtiging heeft verstrekt.
Om de in deze titel omschreven misdrijven op te sporen en vast te stellen in een proces-verbaal krijgen de stedenbouwkundige inspecteurs de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie [hulpofficier van de procureur des Konings].]
(decreet van 26 april 2000, artikel 33)
(decreet van 21 november 2003, artikel 47)