Decreet tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten - Hoofdstuk V. Handhaving

Art. 14

§ 1. ... vaststellingen worden vastgelegd bij proces-verbaal ....
   De overtreder wordt binnen vijftien dagen van het proces-verbaal op de hoogte gebracht via een aangetekende brief met ontvangstbewijs.
   ...

§ 2. ... vrij binnengaan in alle onroerende goederen ...
   Tot de ruimten die als woning dienen en in beroeps- en bedrijfslokalen, hebben zij enkel toegang tussen acht uur 's morgens en achttien uur 's avonds, met machtiging van de onderzoeksrechter. ...

§ 3. ...., mondeling bevelen om werken stil te leggen ... die in overtreding zijn met bepalingen van dit decreet. ...
  
§ 4. ... overgaan tot het leggen der zegels en de inbeslagname van werk- en voertuigen, ...

§ 5.  a) Onverminderd de bepalingen van artikel 13, wordt een administratieve geldboete van 5000 euro opgelegd aan de persoon die werken of handelingen voortzet in strijd met een bevel tot stillegging.
....    

§ 6.   Bij gebrek aan voldoening van de administratieve geldboete en toebehoren, wordt door de met de invordering belaste ambtenaar een dwangbevel uitgevaardigd.
...



Decreet tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten - Hoofdstuk V. Handhaving

Art. 14

§ 1. Onverminderd de bevoegdheden van de burgemeesters en de agenten en officieren van gerechtelijke politie, zijn de door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren bevoegd om de inbreuken op de bepalingen, die bij of krachtens dit decreet zijn opgelegd, op te sporen en vast te stellen. Hun vaststellingen worden vastgelegd bij proces-verbaal dat bewijskracht heeft tot het tegendeel bewezen is.
   De overtreder wordt binnen vijftien dagen van het proces-verbaal op de hoogte gebracht via een aangetekende brief met ontvangstbewijs.
   Om de in dit decreet omschreven misdrijven op te sporen en vast te stellen in een proces-verbaal, krijgen de ambtenaren die door de Vlaamse regering zijn aangewezen, de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.

§ 2. De genoemde personen mogen bij de uitoefening van hun ambt op elk ogenblik van de dag of nacht, zonder voorafgaande waarschuwing, vrij binnengaan in alle onroerende goederen die voor bescherming vatbaar en beschermd zijn.
   Tot de ruimten die als woning dienen en in beroeps- en bedrijfslokalen, hebben zij enkel toegang tussen acht uur 's morgens en achttien uur 's avonds, met machtiging van de onderzoeksrechter.

§ 3. Indien de verboden werken of handelingen uitgevoerd worden en de overtreder zich ter plaatse bevindt, kunnen de ambtenaren die door de Vlaamse regering zijn aangewezen, mondeling bevelen om werken stil te leggen of handelingen te staken die in overtreding zijn met bepalingen van dit decreet.
   Het schriftelijk bevel wordt aan de overtreder ter ondertekening voor ontvangst voorgelegd in twee exemplaren, waarvan één voor de verbalisant. Indien de overtreder weigert te tekenen, wordt het motief voor de weigering en, eventueel de weigering zich te rechtvaardigen, in het proces-verbaal opgenomen.
   Zo nodig doen de ambtenaren een beroep op de gewapende macht.
   Indien de genoemde ambtenaren ter plaatse niemand aantreffen, dan brengen zij ter plaatse het schriftelijk bevel tot onmiddellijke staking van de werken op een zichtbare plaats aan.
   Het bevel om de werken stil te leggen of de handelingen te staken, wordt in het proces-verbaal vermeld.
   De betrokkene kan in kort geding de opheffing van de maatregel vorderen tegen het Vlaamse Gewest. De vordering wordt gebracht voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in het ambtsgebied waarvan het werk of de handelingen werden uitgevoerd. Boek II, Titel VI van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de inleiding en de behandeling van de vordering.
 
§ 4. De ambtenaren die door de Vlaamse regering zijn aangewezen, kunnen overgaan tot het leggen der zegels en de inbeslagname van werk- en voertuigen, om het bevel tot stillegging van de werken of tot staking van de handelingen, of, in voorkomend geval, de beschikking in kort geding onmiddellijk te kunnen toepassen.

§ 5.  a) Onverminderd de bepalingen van artikel 13, wordt een administratieve geldboete van 5000 euro opgelegd aan de persoon die werken of handelingen voortzet in strijd met een bevel tot stillegging.
    b) De administratieve geldboete wordt opgelegd door de door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren. De betrokkene wordt van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete in kennis gesteld bij aangetekende brief met bericht van ontvangst. De Vlaamse regering stelt hieromtrent de nadere regels vast.
    c) De ambtenaren daartoe aangewezen door de Vlaamse regering beslissen over de gemotiveerde verzoeken om kwijtschelding, vermindering of uitstel van betaling van de in § 5, a), bedoelde geldboeten. Het verzoek schorst de bestreden beslissing.
    d) De in § 5, c), bedoelde verzoeken worden binnen 15 dagen, te rekenen vanaf de datum van de afgifte ter post van de in § 5, b), tweede lid, bedoelde aangetekende brief, gericht aan de daartoe door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren. De in het vorige lid bedoelde ambtenaren kunnen de verzoeker horen indien deze daarom verzoekt in de aangetekende brief waarmee hij zijn gemotiveerd verzoek tot kwijtschelding, vermindering of uitstel heeft ingediend. De verzoeker kan zich laten bijstaan door een advocaat of door een ander persoon naar keuze.
    e) De ambtenaren daartoe aangewezen door de Vlaamse regering nemen een beslissing binnen 30 dagen, te rekenen vanaf de datum van de afgifte ter post van het in § 5, d), bedoelde verzoek. De beslissing van de bevoegde ambtenaren wordt bij aangetekende brief, met bericht van ontvangst, ter kennis gebracht van de indiener van het verzoekschrift. Bij een met redenen omkleed aangetekend schrijven, gericht aan de indiener van het verzoek, kan de bevoegde ambtenaar de voormelde termijn eenmalig verlengen met 30 dagen.
    f) Indien de beslissing niet is verzonden binnen de in § 5, e), gestelde termijn, wordt het verzoek geacht te zijn ingewilligd.
    g) De administratieve geldboete moet worden betaald binnen 60 dagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing.
    h) De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart door verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop zij is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden bepaald bij de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

§ 6.   Bij gebrek aan voldoening van de administratieve geldboete en toebehoren, wordt door de met de invordering belaste ambtenaar een dwangbevel uitgevaardigd. Dit dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de daartoe door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaar.
    b) De betekening van het dwangbevel gebeurt bij gerechtsdeurwaardersexploot of bij aangetekend schrijven.
    c) Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging. Bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging ten aanzien van publiekrechtelijke rechtspersonen kunnen enkel betrekking hebben op goederen die vatbaar zijn voor burgerlijk beslag.
    d) Binnen een termijn van 30 dagen na de betekening van het dwangbevel kan de betrokkene bij gerechtsdeurwaardersexploot een met redenen omkleed verzet doen, houdende dagvaarding van het Vlaamse Gewest, bij de rechtbank van het arrondissement van de plaats waar de goederen gelegen zijn. Dit verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.