Vlaamse Decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening
Titel 7: Slotbepalingen : Hoofdstuk II. Overgangsbepalingen
Artikel 174 anno 2007:

In de provincies waar op de datum van inwerkingtreding van dit decreet, nog geen ontwerp van het provinciaal ruimtelijk structuurplan overeenkomstig artikel 14 van het decreet van 24 juli 1996 houdende de ruimtelijke planning aan de regionale commissie van advies werd voorgelegd, dient [voor 1 mei 2001], de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening, zoals bedoeld in artikel 8 van dit decreet, haar werkzaamheden aan te vatten. De regionale commissie van advies houdt op te bestaan op het ogenblik waarop de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening haar werkzaamheden aanvat.
(decreet van 26 april 2000, artikel 40)

Zolang de benoeming van de leden van de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening niet is goedgekeurd door de Vlaamse regering, blijft de regionale commissie van advies zitting hebben en oefent ze de taken uit die haar overeenkomstig de bepalingen van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, zijn toegewezen, en de taken die overeenkomstig de bepalingen van dit decreet aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening zijn toegewezen.