Vlaamse decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten

Artikel 26 anno 2006:

§ 1. Het aanslagbiljet vermeldt op straffe van nietigheid, de datum van uitvoerbaarverklaring van het kohier, het heffingsjaar, de grondslag van de heffing, het te betalen bedrag, de berekeningswijze, de uiterste betaaldatum en de formaliteiten die daarbij moeten worden nageleefd.

§ 2. De heffingsplichtige is verplicht de verschuldigde heffing te betalen binnen twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet.

§ 3. De persoon op wiens naam de heffing in het kohier is ingeschreven, kan tegen die heffing, de opcentiemen, evenals tegen de eventueel opgelegde administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij de ambtenaar deel uitmakend van de Vlaamse Belastingsdienst, daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering.
   Het bezwaarschrift moet op straffe van verval bij de ambtenaar, vermeld in § 3, eerste lid, met een aangetekende brief ingediend worden binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat.

§ 4. De heffingsplichtige kan tevens door middel van een verzoekschrift om uitstel of spreiding van betaling van de heffing verzoeken. Het verzoekschrift moet op straffe van verval bij de ambtenaar, vermeld in § 3, eerste lid, met een aangetekende brief ingediend worden voor het verstrijken van de betaaltermijn, zoals bepaald in § 2.

§ 5. Als overeenkomstig § 3 een bezwaarschrift wordt ingediend, dan bezorgt de in § 3, eerste lid bedoelde ambtenaar onverwijld een ontvangstmelding van het bezwaarschrift. Dezelfde ambtenaar kan bij de heffingsplichtige alle onderzoekingen verrichten en de heffingsplichtige verzoeken alle stukken voor te leggen of te verstrekken die nuttig kunnen zijn om over het bezwaarschrift te beslissen. Die beslissing wordt per aangetekende brief aan de heffingsplichtige ter kennis gebracht en ze vermeldt de wijze waarop tegen die beslissing in rechte kan worden getreden.

§ 6. Het indienen van een bezwaarschrift schort de verplichting tot betaling van de heffing en de eventueel verschuldigde administratieve geldboete niet op. Het indienen van een bezwaarschrift schort evenmin het lopen van de nalatigheidsintresten op. Het indienen van een verzoekschrift om uitstel of spreiding van betaling van de heffing, schort daarentegen de betaling van de heffing en de eventuele administratieve geldboete wel op tot het ogenblik van de beslissing van de ambtenaar, vermeld in § 3, eerste lid.

§ 7. De vestiging en de inning van de heffing worden als niet bestaande beschouwd als het beroep inzake de registratie in de Inventaris, zoals bepaald in artikel 7, wordt ingewilligd of als er geen uitspraak is binnen de termijn, vermeld in artikel 8, § 2.