Verkoop op lijfrente
Opgelet indien verkocht wordt aan erfgenamen :
Indien de vervreemding gebeurt ten voordele van een erfgerechtigde in de neerdalende lijn, wordt er juris et de jure vermoed een schenking van het vervreemde goed in volle eigendom te zijn, maar met vrijstelling van inbreng (buiten paart). Dit vermoeden geldt ook voor de dergelijke verkoop met voorbehoud van vruchtgebruik.
De andere reservataire erfgenamen kunnen instemmen met deze vervreemding. Deze instemming betekent dat de waarde van de schenking bij overlijden niet meer bij de fictieve massa moet gevoegd worden en zo aan de instemmende reservatair de mogelijkheid ontnomen wordt om de aanrekening op het beschikbaar deel en eventueel de inkorting te vragen. Op de notaris rust de verplichting om in geval van schenking de instemmende, niet begiftigde reservatairen terdege in te lichten over de juiste draagwijdte van hun instemming en te wijzen op de ongelijkheid tussen de erfgenamen die eruit kan voortvloeien.
Sinds de interpretatieve wet van 4 januari 1960 worden onder vervreemdingen ook schenkingen begrepen.
Een vervreemding op last van een lijfrente is eigenlijk een voorbeeld van een verrichting met afstand van kapitaal.